INTERESSANT!


26.Apr.2018 17:21

JAZZ IJLT

juli 19th, 2007

..Jazz blijkt. Betovert. Geilt. Jazz ademt. Zweet. Jazz fluistert. Schreeuwt. Ontmaskert. Snijdt. Jazz glijdt. Jazz sluipt. Jazz slijpt. Jazz spuit. Jazz klinkt. Jazz dwingt. Jazz lonkt. Jazz blinkt. Jazz vraagt. Jazz raakt. Verlost. Verbaast. Viert feest. Verklaart. Is bitter. Zoet. Is hot. Is cool. Jazz ijlt. Vooruit. Voorbij. Ver weg. Dichtbij. Paraat. Bereid. Op weg. Altijd. Jazz was..

(citaat uit het Intro van ‘JAZZ’, J.A. Deelder, De Bezige Bij 1992 -diverse herdrukken)

Volgens de gedichte definitie van Jules Deelder is (er) een hele hoop jazz.
Wekenlang kon je de commercial van North Sea Jazz voorbij horen komen op BNRadio; een overigens prima gevarieerde nieuwszender, met -als er muziek gedraaid wordt- een mooie muziekkeuze des nachts. Jammer dat het nieuwe zenderbaasje de formule weer zonodig moet veranderen, maar ja, de aandeelhouders willen nu eenmaal ook mayonaise op de friet.

Ik kan me ook voorstellen dat de nachtburgemeester van Rotterdam ook aanwezig is geweest op de zondagnacht van het grootste betaalde jazzfestival van Nederland.
Een originele radiocommercial, daar heeft het niet aan gelegen.
En dat alles onder de noemer jazz geschoven kan worden is natuurlijk voor de programmeurs heel handig, want zo kon het bestaan dat de triologie Winehouse-Stone-Dog allemaal achterelkaar in de Nile konden zwemmen.
Amy heeft haar achternaam mee en heeft inmiddels ruim en met verve het notoire imago van Jerry Lee Lewis en Pete Doherty overgenomen inclusief de tattoos.

In een vorige carri?re stond ik een keer aan de telefoon met de piloot van het toestel dat Jerry Lee van Budapest naar Rotterdam zou vliegen.
In een uitverkochte Doelen zat de fanschare al in de stoelen te wachten op wat niet zou komen.
De piloot, een Franse Droogclaude, merkte fijntjes op in slecht Engels: “no, wier ar nut goeing to land in Rotterdam. I gat eh funny parti ici on borde. Wie sie Rotterdam under us but are now going to London, Sir!”.
Aan mij de vervelende job om de fans toe te spreken, en uit te leggen dat Jerry weliswaar heel dicht bij was, maar dat ie door was gevlogen.
Geen gefluit, niks, men was het van hem gewend, en het werd hem ter plekke, tot mijn stomme verbazing, vergeven.
In mijn vitrinekast ligt nog steeds de reuze Davidoff die qua dressingroomrider aangeschaft moest worden.

“Ken je die mop van Amy Winehouse?”
Ik ken Amy niet, maar dat is ook niet zo raar, want ze laat elke keer verstek gaan.
Wel zag ik op You Tube (http://aerialtelly.co.uk/amy-winehouse-on-never-mind-the-buzzcocks.php) een stukje uit Never Mind The Buzzcocks; ’t zal je verkering maar wezen!
Hoe dan ook, ondanks de sympathieke wissel in het avondprogramma van de Nile met Candy Dulfer (en dat zal vast ook een interessante discussie geweest zijn), ze kwam dus niet.

Nou heb ik niet echt veel verstand van jazz, en daarom ga ik al jaren naar North Sea Jazz, want voor dummies is het de manier om in 3 dagen je gemiddelde kennis van deze muzieksoort bij te spijkeren.
Bovendien verkeer ik in de bijzondere omstandigheid dat ik een paar officials ken.
Dit jaar ging men zelfs zo ver dat ik officieel werd uitgenodigd, een uitnodiging die ik kon verzilveren in een press/guest wristband; en dat is niet mis natuurlijk. Gelukkig ging de baliekluiver met mijn rijbewijs als identificatiecheck akkoord, anders was ik er niet ingekomen; ik moet dus toch nog wel wat aan mijn naamsbekendheid doen.
Hoe dan ook, van de producer van het festival, een altijd goedgemutste sympathieke kankerpit uit Pijnacker, die liever uit de publiciteit blijft (dus we gaan hem hier niet met naam en toenaam noemen), krijg ik jaarlijks genoeg festivaltokens opdat ik de kibbeling van de zeevisfamilie Schmidt uit Rotterdam kan testen. Dit jaar was de kibbeling al om 23.00 uur uitverkocht, dus werd het een ander gepaneerd oceaanvisje voor 2,5 muntje met coctailsaus; had ik er maar eerder bij moeten zijn.
Maar dat kon niet, want ik zat op wacht op de tribune om getuige te kunnen zijn van het optreden van een van de interessantste namen van de affiche van 2007. De inspirator van o.a. Miles Davis.

De Statenhal en het advies van de organisatie indachtig, zocht ik ruim voor aanvang een mooi plaatsje op de hoofdtribune, recht voor de rechterzijde van het dubbelpodium in Hal 1, die voor deze gelegenheid dus was omgedoopt in Nile.
Ik kwam ook nog even de vader van de gitarist van Candy tegen, die mij wist te melden dat hij de volgende act al een keer eerder had gezien. ‘O ja?, wanneer dan?’, vroeg ik onmiddellijk en verbaasd. ‘V.P.R.O.’s Picknick!‘, zei meneer Bed. ‘Ja, ho es effe, das goddomme 40 jaar geleden man!?
Was dat nou voor of na Woodstock?

Nu ga ik nooit naar oude helden als ik ze een keer eerder heb zien schitteren (, tenzij ambsthalve onvermijdelijk).
Mijn stelregel is dat je, als je een keer een persoonlijke favoriet optimaal hebt zien presteren, dat je die herinnering op je harde schijf of hartklep moet branden. Een reprise kan alleen teleurstellen is mijn ervaring (op misschien 2 of 3 uitzonderingen na) en tevens dringend advies.

Enfin, ik had nog nooit Sly & The Family Stone live gezien. Had er toevallig drie kwart jaar geleden ambtshalve naar ge?nformeerd, toen de eerste serieuze geruchten de ronde deden dat er getoured
zou worden (een gerucht dat jaarlijks de kop op stak); het was loos alarm en het zou volgens de site (http://www.slystonemusic.com/), maar ook volgens ingewijden vooral optredens zonder Sly zelf betreffen. Sly wilde niet meer op de voorgrond treden. Uiteenlopende redenen lagen daaraan, nogmaals naar verluidt, aan te grondslag.
En omdat ik ‘m nog nooit gezien had -behalve in de Woodstock films- kon het in theorie dan ook niet echt tegenvallen.
Woodstock was natuurlijk de absolute doorbraak van de eerste (en de Average White Band dan?, en Power of Tower? Of War?) mixed band voor een groot publiek.

Maar kennelijk ook in Paramaribo, want heel Suriname (en de Antillen) naast mij ging uit de bol toen de mc (die van die blauwe leeuw van de Postbank) SLY & THE FAMILY STONE aankondigde.
Ruimschoots over tijd, zeg maar gerust veel te laat, ging het gordijn open.
Paramaribo had te vroeg gejuicht, net als destijds bij Miles Davis, want er stonden wel een hele hoop gasten op het podium, -een aantal leek wel in de verte op Sly,- maar Sly zelf stond er (nog) niet bij.
En Larry Graham blijkt ook niet van de partij te zijn, ofschoon zijn replacement echt z’n best doet om de sfeer er in te krijgen.
Het betreft een uitgebreide orkest op een duidelijk ingehuurde backline, getuige de optimale stickers op alle items van de firma Feedback.
De band zet vrolijk in met de bekendste hit en leitmotif ‘Dance To The Music’.
Sommige bandleden doen wel denken aan de band die in de Woodstock film te zien is, maar dit is een slap zootje, inclusief een oma op een trompet die duidelijk te weinig geslapen heeft, en een zangeres die niet echt doorkomt.
Kortom de sfeer komt er absoluut niet in. Ook niet met ‘I Want to Take You Higher’ en ‘Everyday People‘. Een van de zangers mompelt tussendoor dat Sly er zo zou aankomen, vervolgens werd het fantastische ‘Don’t call me Nigger, Whitey’ ingezet dat eindigt in een chaotische overgang en een dochter die om haar vader ging roepen.
Op de videoschermen beelden van backstage zien we een rennende stagemanager. Vervolgens kwam een boomlange securityman in beeld met een klein krom mannetje.
Wat nu? Is dat Sly Stone, de eens boomlange, imposante, gespierde, militante blackpanter met dito afro-kapsel?
Dit hier lijkt wel een dwergbokito uitvoering van Snoop Dog met dito gangstarap t-shirt met lange mouwen tot over de knie?n. Zit ik nu in de verkeerde voorstelling, of hoe zit dit?
Sly Stone met een cheapo witte pet met pailletjes erop die zijn standplaats San Francisco moesten duiden? ‘Bay Area’?
Hij wordt vanuit de coulissen duidelijk aangemoedigd door een batterij opgedirkte dames van lichte zeden, aldus mijn buurman, die nog geen bril heeft, en die een beter zicht heeft op dat soort zaken.
Bay Area
 
Sly loopt naar zijn orgeltje en begint wat te wauwelen, en zingt zeer onvast (zeg maar gerust vals) in regelmatig de verkeerde microfoon ‘Stand’, zet nog een volgende hit in, en houdt het dan wel voor gezien; na ongeveer 12 minuten op het podium te hebben gestaan.
Hij verexcuseert zich met een slap kutsmoesje over de gevolgen van de ouderdom in het algemeen of daaromtrent.
We konden weer eens goed zien wat de desastreuze combi coca?ne en vooral pcp allemaal kapot kan maken.
Dit had niet zoveel met jazz te maken als wel met wanprestatie.
Een kat in de zak.
De producer haalde de schouders op, hij moest toch vroeg naar huis, want om half zes (de volgende morgen) moet er weer afgebouwd worden.
Maar hoe kan dit nou?‘, vroeg ik hem. ‘Wat mankeert die Stone’?
Weet ik niet’, zegt de producer. ‘Ik heb wel gehoord dat ie zo laat was omdat ie vanmiddag nog zonodig een hond moest kopen, en die wilde hij nog per se zelf uitlaten voor de show.
‘No kidding, volgens mij moet Sly een bandje met Ramses beginnen’, opperde een olijke bijstaander.

Even een blik op Snoop geworpen.
De grote meute (inclusief Wim Deetman trouwens) houdt het al voor gezien dit jaar.
Voor 1 keer ben ik ook grote meute.
Jazz? Ammehoela!’, hoor ik Deelder zo zeggen.

Op weg naar de auto inclusief parkeerbekeuring bleef die commercial door m’n hoofd dreunen:
“Jazz vraagt. Jazz raakt. Verlost. Verbaast. Viert feest. Verklaart. Is bitter. Zoet. Is hot. Is cool. Jazz ijlt. Vooruit. Voorbij. Ver weg.”

NORTH SEA JAZZ 11-12-13 JULI 2008
Voorverkoop vanaf maandag waarschijnlijk

Japans eten 2 tokens