INTERESSANT!


21.Nov.2018 13:04

40 Jaar Doornroosje

december 2nd, 2010

We Do Music - 40 jaar DoornroosjeWE DO MUSIC

Zondagnamiddag 28 november 2010 stond ik alsnog te koukleumen in een best lange rij wachtenden voor de hoofdingang van Doornroosje te Nijmegen, terwijl ik dacht dat ik al aan de late kant was.
Programmatisch aangeduid als ‘de inloop’, was het eigenlijk een beetje een stilstaande optocht, een reunie van oudgedienden, die allemaal waren uitgenodigd door Baselice Dumatubun, de mevrouw met niet alleen de meest bijzondere naam, maar tevens de meest sexy telefoonstem van alle poppodia van Nederland.

In de rij bemerkte ik al gauw de immer luidruchtige Rob B. van het trans-Europese boekingskantoor Paperclip, ooit wonderlijk getransformeerd van voorman van de JOVD naar voorzitter van de Punkcommissie bij Doornroosje, en heden ten dage chairman van Network Europe, en nog immer -naar verluidt- gebrouilleerd om een erfenis met zijn broer Ruud, die daarom denk ik een eindje verderop stond.
Eens stempelde Rob met een uitgesneden aardappel heel Nijmegen vol met de kreet “venema hertenneuker”, een mysterieuze kreet die niemand in mijn scene (kennissenkring) begreep, en alleen al daarom als zeer puberaal werd afgedaan.
Verderop in de rij ontwaarde ik de eveneens drukke local hero en amigo personal Hein ‘Fokbros’ Fokker, indertijd ‘l’enfant impossible’, immer met 100 dingen tegelijk bezig, die allemaal in zijn onnavolgbare tempo werden afgehandeld inclusief het fameuze project “85”.
En wie was dat?
Ik ken ‘m ergens van, maar wie is het ook al weer?
En zo zag ik er nog een hele hoop.
De boekers van Doornroosje had ik haast niet herkend als ze me niet aangesproken hadden, en bij het horen van de stem kon ik ze weer plaatsen, gevolgd door een intern “oh die!”.
Alle passanten waren uitgenodigd om gratis of tegen betaling (ditmaal niet on line te bestellen!) de feestelijke presentatie bij te wonen van het boek en de documentaire ‘We Do Music’ over 40 jaar Doornroosje.

In de uitnodiging heette dat:
Tijdens deze bijzondere middag komen diverse sprekers uit de vier decennia Doornroosje aan het woord. Enkele columns uit het boek voorgedragen door de schrijvers er van, de documentaire zal te zien zijn en wordt het boek officieel overhandigd. Uiteraard is er ook muziekaal programma en wordt aan de interne mens gedacht. De middag ziet er als volgt uit:
16.00 Inloop
17.00 De officiële presentatie van het boek
18.00 Osaka Monaurail – live (dikke funk uit het land van de rijzende zon)
20.00 Sluiting

En op de website kon/kan men in klare taal een nadere toelichting lezen:

Doornroosje brengt in november samen met Literair Productiehuis de Wintertuin een boek uit over 40 jaar Doornroosje. Filmwerkplaats DZIGA maakt een documentaire over hetzelfde onderwerp. Deze zal als DVD aan het boek worden toegevoegd.
Op 7 juli 1970 zag Doornroosje het licht, en de rest is geschiedenis pleegt men dan te zeggen. Maar wat is dan die geschiedenis van het Nijmeegse Poppodium? In opdracht van Literair Productiehuis de Wintertuin en Doornroosje heeft muziekjournalist Alex van der Hulst zich op deze vraag gestort. Er volgde een zoektocht langs hippies die zakenmannen zijn geworden, programmeurs die alleen nog maar in de moestuin staan maar ook de huidige generatie die Roosje, net als vroeger, waardeert om haar programma vol fijne muziek. Een verhaal van vier decennia popmuziek en meer aan de Groenewoudseweg in Nijmegen.
De documentaire van DZIGA laat de ontwikkeling zien die Doornroosje doormaakte van wild, recalcitrant jongerencentrum naar een breed gewaardeerd poppodium. Wat is het ‘Roosje-gevoel’ en hoe heeft zich dit in de loop der jaren ontwikkeld? De film zal bijzonder beeldmateriaal bevatten van legendarische optredens uit o.a. de punk-, hiphop- en dancetijd. Ook de beginjaren komen aan bod met uniek fotomateriaal en interviews met oud-medewerkers en bezoekers.
Het boek wordt in een zeer luxe uitgave gedrukt en bevat de DVD. Het boek is in de voorverkoop voor €30,- (normale prijs €40,-) te koop via deze website en verschaft (indien gewenst) tevens gratis toegang tot de officiële presentatie (normaliter €10,- entree). Daarnaast krijgen vroegkopers er ook een echt stukje van Doornroosje bij. Het pand is immers zo goed als op. Het boek kan worden opgehaald op zondag 28 november, de dag van de officiële presentatie, tevens onderdeel van het Wintertuinfestival, maar kan ook worden verzonden.
– Het boek wordt mede mogelijk gemaakt door Prins Bernard Cultuurfonds, De Provincie Gelderland, de Gemeente Nijmegen en FortaRock.-

Zo’n beetje alle genodigden komen wel ergens in het boek voor.
Ik heb het hele boek gespeld, en kwam maar een paar dingetjes tegen waarvan ik mij afvraag of hier de waarheid niet een beetje geweld wordt aangedaan.
Sommige anekdotes zijn wat mij betreft zwaar aangedikt en uitgemeten, zoals het (veldslag)verslag over Black Flag, het geknoei met thinner in de zeefdrukruimte toen een verdieping lager The Gun Club moest optreden, en de rol van het irritant en voornamelijk vervelende locale puskoppenbandje The Squats, met hun versie van wat voor copypunkgedrag door moest gaan.
En ergens staat dat de hele punkcommissie moest meebeslissen over een concert met Echo & the Bunnymen, terwijl ik me dat niet kan herinneren tenmeer daar ik indertijd uitdrukkelijk uit de buurt van die vergadertijders bleef. Maar goed dat mag allemaal, ieder zijn versie natuurlijk; doen we ook niet moeilijk over.

Genoemde Alex van der Hulst schrijft o.a. ook voor OOR, De Gelderlander en Nieuwe Revu over popmuziek.
En zo kon het gebeuren dat hij mij in oktober 2010 interviewde over mijn wederwaardigheden ter zake het Nijmeegs fenomeen Doornroosje.

Wat niet in het boek terecht kwam was mijn eigen allereerste ervaring met Doornroosje.
Omdat Diogenes en zelfs 042 veel spannender waren dan Doornroosje, kwam ik er niet zo vaak, het was per slot van rekening geen zuiptent of poppodium, maar een jongerencentrum, en nog experimenteel ook, aangevuld met een zootje mafkezen, kansloze en/of lijpe blowende hippies. Bovendien kwamen ’s nachts een hoop interessante types uit Doornroosje naar Diogenes, dus hoefde je om gratis mee te kunnen blowen niet per se dat kuteind te reizen, als je fiets al niet gestolen was.
En voor de dames hoefde je al sowieso niet naar de Verlengde Groenestraat, want lekkere wijven waren te vinden in de stad en niet in de theetuin.
Op de radio had ik een keer een fantastische groep gehoord bij –volgens mij- het legendarische programma Superclean Dream Machine, gepresenteerd door Ad Visser. En die groep had een album met een bijzondere hoes uitgebracht op Polydor, genaamd “Marks” (en werd geboekt door Mojo Agency te Delft, maar dat wist ik toen nog niet).
Ik kocht dat album van mijn schaarse studiebeurs in februari 1973. Het was duidelijk beïnvloed door de Canterbury bands als Soft Machine en Caravan. Interessante psychedelische symfonische jazzrock met vooral het langer dan gebruikelijke Pink Floyd-achtige nummer “I Wish I Could”, maar ook “The Least You Could Do Is Send Me Some Flowers (morgen zie ik je weer)”, een wel erg opzichtige titelverwijzing naar Van Der Graaf Generator.
Veel later kwam ik er achter dat de groep zich had genoemd naar een Delftse studentenballenvereniging ALQUINUS of een oud klooster, hoe dan ook, verbastert tot ALQUIN.
Nergens verder vermeld, zelfs niet op de fraaie website van de band met een hele uitgebreide gighistory staat het legendarisch concert dat op 14 maart 1973 in Doornroosje plaatsvond. Naar aanleiding van een gestencilde flyer tippelde ik in mijn Afghaanse (jawel) bontjas met huisgenoot Cees van de mensa via de Annastaat naar het hippiehol. Wij probeerden gratis binnen te komen, maar de organisator hield voet bij stuk, en dus dokten we met forse tegenzin maar liefst 3 gulden en vijftig cent in ruil voor een stempeltje met Mickey Mouse op bovenzijde van onze hand; kaartjes deden ze niet aan en voorverkoop bestond simpelweg niet. Het gaf maximaal een paardenkop aan bezoekers, en we sleepten een grote pluche minimaal driezitsbankstel voor het podium. Languit liggend op die bank heb ik het hele concert aan mij voorbij horen komen en zien gaan. Een doorgegeven zogenaamde joint met een zwaar ruikende soort wiet uit een ver land verhoogde het bewustzijn, en de vloeistofprojector completeerde de sessie. Geen idee meer hoe het pa er uitzag, wat er verder die avond nog gebeurde, maar het concert maakte een verpletterende en klassieke onvergetelijke indruk op de toen al mislukte student rechten.
Ik heb daarna nog tig keer de groep ten tijde van de Introductiefeesten van de Universiteit Nijmegen laten optreden, en zag de groep onlangs nog spelen in de kleine zaal van Het Patronaat. Ik vrees dan mijn aperte voorkeur voor de sound van een echte Hammond B3 aan Dick Franssen te wijten is.

Originele gestencilde concertflyer "Alquin" in Doornroosje op 14 maart 1973 (collectie Willem Venema)
Originele gestencilde concertflyer "Alquin" in Doornroosje op 14 maart 1973 (collectie Willem Venema)

Met Alex kwam ik overeen dat ik na de verschijningsdatum van het boek de gebruikte fragmenten uit het interview die in het boek zouden verschijnen, mocht publiceren op mijn weblog. Dat doe ik dan bij deze.
De meeste tekst is integraal gehandhaafd in de uiteindelijke versie.
Opmerkelijk genoeg is kennelijk om het dramatisch gehalte wat extra cachet te geven de oorspronkelijke hoofdstuktitel “Magere jaren” opgesplitst in twee subtitels “De afgrond” en “Vlees op de botten”; en als ik m’n ogen dicht doe hoor ik het de geroemde huidige directeur Toine zeggen.

Vibrators (pagina 37+38)
In het jaarverslag 76-78 wordt het volgende geschreven over de muziekprogrammering van Doornroosje: "De punk/new wave rage bij voorbeeld is geheel aan Roosje voorbijgegaan, in tegenstelling tot heel wat andere jongerensentra. Deze benadering heeft een niet al te vooruitstrevend programma tot gevolg gehad, maar leverde wel zeer sfeervolle, energieke en eenmalige aktiviteiten op zoals het stripfestival, herfstfeesten, Fool Moon Parties e.d." Wat er dan wel te zien is, behalve punk, noemt het jaarverslag ook: "In januari 1977 waren er negen konserten waarvan vijf uitverkocht: Gruppo Sportivo, G.T. Moore, Larry Rose Band en Whale, Vibrators, Noëll Redding Band."Bij studentenvereniging Diogenes vormt in diezelfde jaren Hein Fokker, die inmiddels studeert, samen met Willem Venema een "muziekpowerhouse", in de woorden van Fokker. Venema richt later vanuit Diogenes zijn befaamde boekingskantoor Double You Concerts op dat weer later wordt ingelijfd door Mojo. Hein Fokker: "Alles wat goed was, moesten wij hebben in Diogenes. Er was ook meer geld, we konden tot vier uur open blijven en het was altijd vol. We konden bands wegkapen door meer geld te bieden. Als we ze niet wilden, zeiden we: ga maar naar Doornroosje." In maart 1977 staat bijvoorbeeld The Police in Diogenes.
"Vanaf 1971 gebeurde er niet zo veel meer in Doornroosje", aldus Willem Venema. Het was een puinhoop. We zaten ooit met zijn zessen naar Alquin te kijken. Het was meer een plek om de jongeren bezig te houden."
Peter van Rijnswou: "In Diogenes zaten Willem Venema en de zijnen veel dieper in de muziek. Wij waren een gezellig jongerencentrum met ook af en toe een bandje. Ik kende de verhalen over punk en was bang dat het bij The Vibrators in januari 1977 helemaal uit de hand ging lopen. Het waren ontstellend aardige en vriendelijke jongens. Dat heb ik wel eens anders meegemaakt, The Outsiders heb ik in Den Haag ooit nog eens het publiek in zien pissen. Ik zag de waarde van punk niet in, ik zag niet wat het kon betekenen. Het ging er toen ook niet om de beste bands te halen die je kon krijgen, het ging om aan te sluiten bij de jongerencultuur."
Jan Boeijen neemt tijdens het concert van The Vibrators het besluit om te stoppen bij Doornroosje. "Toen ik ze zag moest ik aan de Rolling Stones denken, omdat ook The Vibrators op zoek waren naar een nieuwe scene. Die energie en die woede waren precies gelijk. De geschiedenis was zich aan het herhalen en toen was het tijd om te stoppen." In een brief van 3 maart 1977 maakt hij zijn besluit officieel kenbaar. "Ik ben botweg leeg en moet, uitgeput", staat er in de brief die wordt afgesloten met "Love is all…".

Plurp (pagina 54-63)
Boeijen vertrekt op een hoogtepunt. Hij mag dan al in januari hebben besloten dat hij weg gaat, pas in september 1977 vertrekt hij daadwerkelijk. Hij maakt het grote feest naar aanleiding van het zevenjarig bestaan van Doornroosje nog mee als projectleider. De ceremonie met Doornroosje wordt nog eens dunnetjes overgedaan, nu met de zestienjarige Ellen Klaasse als Doornroosje. Op 7 juli 1977 trekt een witte koets door het stadscentrum. De Doornroosjemedewerkers zijn allemaal in het wit gekleed. In het Valkhofpark wordt er gepicknickt. Zoals gewoonlijk trekt medewerker René Mandaat al zijn kleren uit. Het leidt tot een arrestatie, maar eenmaal vrij gaan zijn kleren gelijk weer uit op de trappen voor het politiebureau. Doornroosje swingt als Jan Boeijen vertrekt, precies zoals zijn opdracht luidt wanneer hij in Nijmegen begint. De jongeren blijken zonder leiding toch maar moeilijk zelf activiteiten te ontplooien. Daarnaast is de nieuwe projectleider niet in staat om de lijn van Boeijen door te trekken. En toch komt het weer goed, zoals altijd in de jaren zeventig. "Het was een experimenteel jongerencentrum. Een leerschool voor jongeren die zich daar ook konden amuseren. Als het echt fout dreigde te gaan, leek er altijd een onzichtbare hand van bovenaf te komen die voor redding zorgde", aldus Willem Venema, die in de jaren zeventig vanuit Diogenes ziet hoe Doornroosje worstelt met de programmering.
In 1978 valt er een brief op de Doornroosjemat. De brief is van een jongeman uit Venlo-Blerick die solliciteert naar de functie van theaterprogrammeur. Hij wordt gevraagd om te komen praten, maar dan wel voor de baan als projectleider. De beoogde projectleider heet Henk van der Zand. "Ik weet nog dat tijdens mijn sollicitatiegesprek iemand een dikke joint draaide", vertelt Van der Zand. "Het ging er allemaal erg gemoedelijk aan toe. Na afloop van het gesprek gingen we met zijn allen in het oranje busje om Chinees te eten. Het was op een woensdagavond, we kwamen om vijf voor negen terug bij Doornroosje waar vijf minuten later de deuren open moesten voor de wekelijkse swingavond. Snel moest er nog even het geld voor de kassa worden geregeld en de fusten aangesloten. Het gaat hier allemaal wel erg gemakkelijk, dacht ik bij mezelf."
Van der Zand kijkt na zijn aantreden in september 1978 nog even de kat uit de boom. Noodgedwongen zelfs als tussen 16 en 20 oktober Doornroosje wordt bezet door ontevreden bezoekers die de Plurpweek organiseren. Ze vinden Doornroosje ingeslapen en maken daarom hun eigen programma. Van der Zand: "Voor mij kwam die Plurpweek als een godsgeschenk. Ik kon gelijk zien wie bereid was om verantwoording te dragen en activiteiten te organiseren en wie er niks deed. Ik heb dat dus allemaal een beetje laten gebeuren." Van der Zand, die door de medewerkers niet projectleider maar projectielijder wordt genoemd, heeft geen last van de geest van Jan Boeijen die nog boven Doornroosje hangt, ook al is Boeijen als ontevreden bezoeker actief bij de Plurpweek. "Doornroosje stond er goed voor toen Jan Boeijen vertrok", aldus Van der Zand. "Doornroosje kreeg subsidie en had een goede naam. Alleen konden al die jongeren, die onder Boeijen aan het werk waren gegaan, het niet alleen af. Dat merkte ik heel erg toen ik begon bij Doornroosje. De boel was flink ingekakt. De programmeur, Peter van Rijnswou, werd er ook moe van om iedereen altijd maar achter de kont aan te zitten."

Vergadertijgers (pagina 133-136)
"Moet je dat nu weer in de groep gooien, voordat ik het optreden kan bevestigen", vraagt Willem Venema geregeld aan de muziekprogrammeur van Doornroosje. Venema heeft in Nijmegen het boekingskantoor Double You en vindt de interne overlegstructuur in Doornroosje op zijn minst stroperig. "Ik doe nooit zaken met commissies", zegt Venema nu. "Ik wil één persoon spreken die verantwoordelijk is, dat collectivisme is erg onhandig."
Frank van Lith: "Ik merkte dat de medewerkers van de muziekwerkgroep liever hadden dat ik alles met ze zou overleggen. Maar soms kreeg je een optie die je beter dezelfde dag kon bevestigen, dan ging ik niet nog een week wachten tot de muziekwerkgroep weer bij elkaar kwam. Overigens was het wel handig hoor, die groep. Vooral voor tips."
Ook de medewerkers worden soms moe van het vele vergaderen. Theo Vaessen: "In 1994 ben ik als betaald medewerker in Doornroosje komen werken. Ik weet nog dat ik na twee weken al een paar vragen had aan Narda. Waarom moeten we vergaderen met het bier op tafel, waarom moeten er 24 mensen meevergaderen en waarom moeten we altijd uitgebreid terugblikken?" Ook Joy Arpots vult zijn dagen met vergaderen. "Op woensdag was de wekelijkse vergadering. Daar zat dan iedereen bij. Ook de fitness en het Winkeltje. Meestal waren we met een man of 12, al naar gelang de activiteit er de avond daarvoor was geweest, ook al begonnen die vergaderingen pas om 12:00 uur. Al die vergaderingen hadden dezelfde agenda waarbij er uitgebreid werd teruggeblikt. En dat was niet het enige, want alle groepen hadden aparte vergadersessies eens in de zoveel weken. Dat werd dan tegen een uur of drie ingepland voor de hele middag, dan kon er nog worden nageborreld. En dan had ik nog wekelijks overleg met Narda en met Dorethy. Uiteindelijk was ik de helft van mijn uren aan het vergaderen."
Boris van Vorstenbosch: "We hebben ooit met een groepje het werkoverleg geëvalueerd. Daar bleek dat het enige besluit dat werd genomen het vaststellen van het afwasrooster was. Altijd zat er wel iemand op de praatstoel of er werd op elkaar ingehakt, maar constructief was het niet. Toen we voorstelden om Baselice, de receptioniste, het afwasrooster te laten samenstellen, vroeg iedereen zich af waarover we dan moesten vergaderen. Met de invoering van het productieformulier was de vergadering al een stuk korter geworden. Daarna werd het groepje in het werkoverleg steeds kleiner."
Jozzy Rubenski: "De vergaderingen waren soms wat vermoeiend, zeker omdat die hippies van het Winkeltje er ook bij zaten. Die konden zich vastbijten in een punt en daar niet heel helder in zijn. Dan had je een half uur over iets gepraat, was iedereen er klaar mee en begonnen zij weer van voren af aan."

Magere jaren
De afgrond (pagina 169+170)
Het water staat Doornroosje in 2003 aan de lippen. Het betalen van het barpersoneel, de afname van gesubsidieerde krachten en een exploitatietekort omdat er minder bezoekers komen dan is gepland, zorgt ervoor dat er een flink financieel tekort is. Doornroosje moet bij de gemeente aankloppen, waar niet onverdeeld enthousiast wordt gereageerd. Met veel pijn en moeite wordt de exploitatiesubsidie structureel verhoogd van 289.000 euro naar 550.000 euro. Dat laatste bedrag ontvangt Doornroosje eerder ook al, maar dan op incidentele basis. Toine Tax: "De gemeente moest beslissen of ze een jongerencentrum wilden waar ze 250.000 euro subsidie per jaar aan geven of een professioneel poppodium waar ze 900.000 euro aan geven. Ze zijn precies in het midden gaan zitten met de subsidie en gaven 550.000 in 2004." In de Gelderlander zegt Tax er in 2003 het volgende over: "We begrijpen dat dit voor de gemeente schijnbaar het maximaal haalbare is. Maar het betekent wel dat we met een instabiele organisatie blijven zitten. We hoeven maar één gesubsidieerde kracht kwijt te raken en dan staan we weer bij de gemeente op de stoep omdat we een exploitatietekort hebben."
De PvdA-fractie in Nijmegen komt dat jaar met een plan waarin Doornroosje als podium wordt opgeheven. De programmeur van Doornroosje zou dan op verschillende plekken in de stad concerten moeten gaan organiseren. "Nu verhogen van de jaarlijkse subsidie is geld gooien in een bodemloze put", laat Renate Bos van de PvdA in De Gelderlander optekenen. Het plan leidt tot een stroom van verontwaardiging. Bij Doornroosje zelf, bij zusterpodia en ook bij andere politieke partijen. "Hieruit blijkt dat er weinig affiniteit is met Doornroosje. Onze mensen krijgen het idee dat ze dertig jaar lang voor niets hebben gewerkt", reageert Toine Tax in de krant. Willem Venema is in die jaren boeker bij concertorganisator Mojo en bekijkt vanuit Delft met verbazing de ontwikkelingen in zijn oude stad Nijmegen. "Het is schandalig hoe er met Doornroosje werd omgegaan", zegt hij. "Het was soms een partijtje messen in de rug steken, zoals je dat alleen in de Romeinse senaat zag. Ik vond het van zeer weinig respect getuigen hoe de politiek met Doornroosje omging. Er werd daar keihard gewerkt en de medewerkers werden in het hele land gerespecteerd, behalve dan in eigen kring."
"We moeten naar Doornroosje kijken als een jongerencentrum met een lokaal poppodium. Dat moet ons uitgangspunt worden voor het nieuwe cultuurbeleid", zegt Ton van Vroenhoven, fractievoorzitter van de PvdA in 2003. De fractie stemt uiteindelijk in met de subsidieverhoging. "Maar dan moeten we elkaar niet wijsmaken dat we met die middelen Doornroosje kunnen laten uitgroeien tot het popcentrum van het oosten. Wie dat denkt, jaagt Doornroosje de afgrond in", aldus Van Vroenhoven in De Gelderlander.

Vlees op de botten (pagina 170-172)
Aan het begin van 2004 wordt er toch weer de noodklok geluid aan de Groenewoudseweg. Het bezuinigen op gesubsidieerde arbeid pleegt roofbouw op de organisatie schrijft De Gelderlander. "Iedere culturele instelling met id’ers heeft dezelfde problemen. We leunen niet achterover, maar doen er wat aan. We gaan niet zitten wachten en dan over twee jaar roepen dat we zo’n tweeënhalve ton te kort komen. Maar als het zo doorgaat kan ik van niemand binnen mijn organisatie nog zijn baan garanderen", aldus Toine Tax in het artikel.
De slachtoffers in 2004 zijn assistent-programmeurs Armand Schmitz (pop) en Adriaan Muts (dance). Darko Esser: "Voordat Adriaan er was, maakte ik weken van 50 tot 60 uur. Vaak ging ik een artiest van Schiphol halen, ging ik er mee eten, was ik stagemanager tot vroeg in de ochtend en bracht ik de artiest de volgende dag weer terug naar Schiphol. Dan was er nog veel overleg binnen Doornroosje en had ik nog mijn eigenlijke werk. Adriaan Muts nam me veel van dat werk uit handen, hij was ook nog eens overgekwalificeerd voor het werk dat hij moest doen. Toen hij weg moest, is er wel zo gereorganiseerd dat ik meer ruimte kreeg en als programmeur naar mijn eigen avond kon kijken, wat heel belangrijk is."
Albert Reinink is in 2003 vertrokken naar het Burgerweeshuis. "Ik vond dat de nieuwbouw en alle financiële perikelen te overheersend waren in het werk. Dat denderde door de organisatie. En ik wilde gewoon programmeren in een leuke club en minder met die randzaken bezig zijn." Reinink wordt op 1 september 2003 opgevolgd door Robert Meijerink. Tot die tijd is Meijerink programmeur bij de Valkhof Affaire en tourmanager van de band Krang. Hij kan maar een paar maanden samenwerken met Armand Schmitz. "Het is toen wel zo geregeld dat ik vanuit de productie een rechterhand kreeg, die me heel veel werk uit handen heeft genomen", aldus Meijerink.
Darko Esser: "De organisatie was heel erg uitgekleed. Al het vlees op de botten was weg. Als er in die tijd iemand ziek was geworden, dan hadden we echt een probleem gehad."
Voor Doornroosje gezichtsbepalende iconen als Jozzy Rubenski en Barbie LL zijn dan ook al vertrokken. Rubenski vertrekt naar aanleiding van een conflict met de systeembeheerder. Jozzy: "Al speelden er meer dingen. De drukkerij stopte, dat werd digitaal gedaan en als we de drukkerij wilden behouden dan moesten er voor de arbo-eisen allerlei aanpassingen aan het gebouw worden gedaan. Daarnaast gingen alle Melkterbanen er uit. Wees dan eerlijk en breng het zo in plaats van dat gedoe met die systeembeheerder, dat was voor mij makkelijker geweest." Toine Tax: "Er werd me wel eens verweten dat ik bepaalde mensen de hand boven het hoofd hield. Dat was ook zo in het geval van Jozzy en Barbie. Die waren al een paar keer eerder zogenaamd opgestapt, waarna ze een paar uur later thuis alweer voor Doornroosje aan het werk waren. Ik heb wel gezegd dat ze het niet konden maken en dat ik het een volgende keer niet meer zou accepteren. Toen het weer gebeurde, had ik dus geen keus. Ik heb wel altijd geprobeerd, en dat is ook bij bijna iedereen gelukt, om te helpen zoeken naar een nieuwe baan."

Nieuwbouw in 2014?
We moeten het nog zien, is de algehele consensus van (oud-)medewerkers van Doornroosje als er over de nieuwbouw wordt gesproken. Inmiddels is het al bijna twintig jaar geleden dat de eerste bouwtekeningen zijn gemaakt. Het vele opschuiven van de plannen en de weerbarstige politiek heeft Doornroosje-medewerkers afwachtend en soms boos gemaakt. Bijna alle poppodia in Nederland zitten in nieuwe of flink verbouwde gebouwen, van Purmerend tot Hengelo. Alleen Doornroosje zit nog in dezelfde verbouwde school waar ze al veertig jaar in zit. Robert Meijerink: "Toen ik hier in 2003 begon, had ik gedacht dat er na vijf jaar nieuwbouw zou staan. Dat leek me wel wat, om de laatste programmeur van het oude pand te zijn. Het is een vervallen pand, maar binnen voel je de historie. Zeker als je de poster ziet met alle grote bands en DJ’s die er hebben gestaan. Die sfeer hebben alleen Vera en Paradiso nog."
Er wordt veel getwijfeld over de nieuwbouw. De liefde voor het oude pand is groot. Meerdere medewerkers zeggen verliefd te zijn op het gebouw. En wat gaat de nieuwbouw brengen? In andere steden is het in veel gevallen allesbehalve een succesverhaal. In de ene stad is het een financiële sof, in de andere stad is alle sfeer verdwenen. Aan de andere kant is er het besef dat het op deze manier in dit pand niet verder kan. Een onhandig gebouw met veel loze ruimte in zeer slechte staat. Voor de twijfelaars heeft Toine Tax altijd hetzelfde verhaal. "We zitten in een woonwijk, dan is het eigenlijk niet te doen dat er 70.000 mensen per jaar langskomen. Ons casco is niet goed genoeg om op te verbouwen. Willen we hier een pand neerzetten, dan moet alles plat. En in het geval van nieuwbouw wil de gemeente dat we naar het centrum komen. Dat is ook voor veiligheid en infrastructuur beter. Daarnaast is de wijk jaren geleden beloofd dat Doornroosje zou vertrekken. Zij houden ons aan die afspraak. Gaan we niet, dan kunnen ze ons zo het werk onmogelijk maken. We kunnen als Doornroosje met elk pand en elke locatie uit de voeten, zolang wordt voldaan aan ons pakket van eisen."
Bij de aanstelling van Tax in 2001, krijgt hij niet alleen de opdracht om Doornroosje weer op de rails te krijgen. Hij moet de organisatie ook voorbereiden op de nieuwbouw, die dan staat gepland in 2004. "Dat het nieuwe gebouw er niet stond in 2004, daar ben ik zelf deels verantwoordelijk voor", aldus Tax. "De begroting voor de bouw klopte volgens mij niet. Er stond 250.000 gulden voor de exploitatie en 10 miljoen gulden voor de bouw. Na mijn berekeningen werd dat 900.000 euro voor de exploitatie en 14 miljoen euro voor de bouw. In die tijd werden begrotingen voor nieuwbouw altijd lager ingepland omdat halverwege de bouw de gemeente wel bij zou springen. Dat heb je bij andere podia in het land gezien. Maar ja, dan kom je weer bij het punt van respect. Daar moest ik me aan houden, ook ten opzichte van de gemeente. Dan kan ik ze niet gaan voorliegen op de begroting. Ik dacht dat ik door de gemeente wel beloond zou worden voor die eerlijkheid. Helaas, het werkte tegen me, de nieuwbouw werd uitgesteld. Al weet je nooit of het in 2004 met die eerdere begroting wel was doorgegaan.
In de eerste opzet zou Doornroosje drie zalen krijgen met een totaal capaciteit van 1500 bezoekers. Ik vond dat we niet op de stoel van andere Nijmeegse podia moesten gaan zitten, van het kleine Merleyn, het gemiddelde Lux en het grote Vereeniging, maar juist daartussen. In de nieuwe plannen kunnen we in de grote zaal variëren tussen 1100 en 600, in de kleine zaal tussen 400 en 250.
Als je het doelmatig bekijkt, heb ik het met de nieuwbouw niet goed gedaan. Hadden we het pad van de eerste begroting gevolgd dan hadden we misschien net als de Effenaar en het Patronaat in 2005 een nieuw gebouw gehad. In de tien jaar dat de nieuwbouw er niet staat, komen er bands naar Eindhoven en Haarlem die niet in Nijmegen staan."

Niet minder Doornroosje (pagina 185+186)
Robert Meijerink denkt dat er genoeg publiek voor een grotere zaal in Nijmegen te vinden is. "Editors, Beth Hart, The Fratellis, Mando Diao, Volbeat en Beatsteaks, bij die concerten hadden we de zaal met gemak twee keer kunnen uitverkopen. Het publiek is er wel voor in Nijmegen."
Darko Esser deelt die mening: "Jeff Mills staat hier binnenkort weer en we hadden nu wel 3000 kaarten kunnen verkopen. Bij Dave Clarke kunnen we iedere keer 1500 kaarten te verkopen. In de nieuwbouw is het veel makkelijker om festivals te doen. De Gentse Feesten in België zijn vergelijkbaar met de Vierdaagsefeesten hier. Daar in Gent wordt tijdens de Gentse Feesten door club Vooruit ieder jaar Ten Days Off georganiseerd, met tien dagen techno. Waarom zouden wij als Doornroosje tijdens de Vierdaagsefeesten niet een soort 7 Days Off organiseren? Ik geloof er heilig in."
De kenners van buiten Nijmegen volgen de besluitvorming in Nijmegen vol verbazing.
Willem Venema: "Het is bizar hoe lang dit duurt. Iedere keer lijkt het voor elkaar te zijn en dan wordt het weer van tafel geveegd. Er zit in Doornroosje een club mensen, daar wordt aan alle kanten vanuit Nederland aan getrokken door headhunters. En toch blijven ze uit loyaliteit in Nijmegen. En denk maar niet dat iemand van de gemeente dat ziet. Gemeentes die denken dat cultuur zichzelf kan bedruipen, maken zichzelf iets wijs. Cultuur kost geld. Dan hoort de discussie alleen nog maar te zijn, wat de cultuur je waard is."
Rob Kramer: "Ik vind het goed dat Toine de eerlijke weg heeft gekozen en dat hij niet ten koste van alles de nieuwbouw er heeft doorgedrukt. Er wordt zo veel geld over de balk gegooid in Nederland. Is het een onnodig en veel te duur voetgangerstunneltje, dan ontstaat er lokaal een hoop oproer, maar dat is ook weer snel vergeten. Gaat het over veel te dure nieuwbouw van een podium dan is dat een ramp voor de hele culturele sector. Dat wordt je namelijk eindeloos nagedragen."
De vertraging van de laatste jaren komt door een lange discussie in de gemeenteraad hoeveel geld er vrij moet worden gemaakt voor Doornroosje. Een deel van de nieuwbouw, die aan het Stationsplein moet komen te liggen, wordt gefinancierd met de verkoop van woningen boven de nieuwbouw. Ook de discussie over die verkoop en welke partijen daarbij worden betrokken heeft de bouw vertraagd. Toen eenmaal alle seinen op groen leken te staan in 2008 gooide de wereldwijde crisis weer roet in het eten. Toine Tax hoopt nu dat als de besluitvorming binnen de gemeente voorspoedig verloopt en de Europese aanbesteding voor de bouw ook, dat er een nieuw gebouw in 2014 staat. Een gebouw dat van alle moderne gemakken voorzien is, maar waar de sfeer en de veertig jaar oude historie niet in verloren gaat.
Darko Esser: "Het zijn mensen die de sfeer bepalen, niet het gebouw. We moeten het gevoel van de Groenewoudseweg naar de nieuwbouw brengen. Het wordt misschien anders, maar niet minder Doornroosje."

De receptie gaf een mooi voorbeeld van de stand der microfoontechniek van zo’n presentatie en het gebrek aan fatsoen bij de genodigden die er anoniem in het pikkedonker fors op los bleven kletsen. Bij een concert van Jack Johnson mag dat, maar bij een boekpresentatie moet je effe je muil houden.
Zelfs een geroutineerd voordrachtkunstenaar als de voorzanger van het locale ensemble ‘De Staat’ kon maar net de aandacht van het volk vangen met zijn uitgesproken –eveneens in het boek opgenomen- column.
Gecombineerd met de beperkte vaardigheden van de onvermijdelijke spreekstalmeester om de vertoning enige schwung te geven, was het uiteindelijk een goedbedoelde maar ietwat te veel onduidelijke chaos, maar dat is ook Doornroosje.

Het finale product is een kloek gebonden boekwerk in een harde blauwe kaft, met interessante papierenomslag waarop tal van posters uit het rijke concertverleden van de club. The Mystery Jets poster werd kennelijk zo bijzonder bevonden dat die er 3x op voorkomt, terwijl een meesterwerkje en collectoritem van Peter Pontiac t.g.v. een fantastisch concert met Magic Dick volstrekt ontbreekt.
Achterin het boek zit de dvd mooi verscholen; ‘embedded’ is een beter woord.
Die spreekstalmeester roemde de vormgeving en de vormgever, en betoogde dat het boek meedingde naar een prijs in die sectie, maar dat vind ik knap overdreven.
Dit naslagwerk is precies 2x zo dik als het eerder verschenen “DOORNROOSJE; 20 jaar jongerencentrum”, van de hand van Michiel Bugter en Aribert Guiking, dat in juni 1990 in een oplage van 1500 stuks verscheen.

Michiel Bugter en Aribert Guiking, “DOORNROOSJE; 20 jaar jongerencentrum”, uitgave Stichting Jongeren Centrum Doornroosje, juni 1990 in een oplage van 1500 stuks, ISBN: 90-9003525-7

Michiel Bugter en Aribert Guiking, “DOORNROOSJE; 20 jaar jongerencentrum”, uitgave Stichting Jongeren Centrum Doornroosje, juni 1990 in een oplage van 1500 stuks, ISBN: 90-9003525-7

Als je dat niet minder interessante boekje in de collectie hebt, dan zie je ook meteen dat de illustraties al eerder als ‘uniek fotomateriaal’ zijn verkocht aan das Publikum, maar dat doet voor de nieuwkopers weinig af aan de kwaliteit van het gebodene en bovendien verslaat het de daaropvolgende 20 jaar.

Ellen Klaasse-Derks, "Ik was Doornroosje; het jongerencentrumgevoel van de jaren zeventig", Uitgeverij Boekscout.nl Soest, 2010, ISBN: 978-94-6089-922-5
Ellen Klaasse-Derks, "Ik was Doornroosje; het jongerencentrumgevoel van de jaren zeventig", Uitgeverij Boekscout.nl Soest, 2010, ISBN: 978-94-6089-922-5

In de hal ontving ik van Toine omwege mijn involvement en waarschijnlijk anciënniteit, een merkwaardig boekje getiteld “Ik was Doornroosje; het jongerencentrumgevoel van de jaren zeventig”, grotendeels op haar eigen dagboekaantekeningen gebaseerd, aangevuld met gegevens uit het archief van Doornroosje en geschreven door freelance journaliste en docent Ellen Klaasse-Derks. Behoorlijk saai vormgegeven met her en der weliswaar beroepsfotografen geschoten, maar toch redelijk oninteressante zwart-wit (die ook weer te vinden zijn in ‘We Do Music’) en kleuren kiekjes. Het boekje begint met een leutelverhaal over haar tanende bewondering voor Frank Boeijen (die er bij de receptie trouwens niet was, bedenk ik me nu), die weer recentelijk veranderde in een groot begrip voor zijn vermeende genialiteit; maar het ergste vind ik het voorwoord met de zin dat ‘vanwege de privacy van de betrokkenen alle namen veranderd’ zijn. Daar begrijp ik niet alles van. Wat moet je als bijna 50 jarige nou nog verhullen over je puberale verliefdheid op 17-jarige leeftijd?
“Waarom?” vroeg ik toevallig aan de zus van Hein vlak voor de uitgang.
Renée voegde mij toe “tja, begrijp ik ook niet helemaal, maar die Renate, dat ben ik hoor”.
Ik: “Echt waar, joh?”
Ja, je maakt wat mee in het Havana aan de Waal op een zondagmiddag.

Zeer orginele bonus voor de early buyers: een stukje van de voorgevel van Doornroosje in een plasticzakje met opgedrukt wietblad

Zeer orginele bonus voor de early buyers: een stukje van de voorgevel van Doornroosje in een plasticzakje met opgedrukt wietblad