INTERESSANT!


21.May.2018 14:53

KUNST KAN ZONDER SCHOLING

december 13th, 2007

Columnbijdrage aan:BOEKMAN 73; Tijdschrijft voor kunst, cultuur en beleid, Negentiende jaargang I Winter 2007 I Prijs: 15 euro incl cd ISSN 1571-5949.

Mijn leraar Nederlands begon altijd met te stellen, dat het niet beleefd is om met ‘ik’ te beginnen, dus heb ik me aangeleerd om er maar gewoon een zin voor te plakken, dan is dat probleem geklaard.
Ik heb het maken van muziek nooit onder de knie gekregen. Ik wilde niet bij de harmonie, blokfluitles was in de jaren zestig not done (behalve dan dat merkwaardige stukje blokfluit in Sour Wine van Q65), en vijf jaar later was pianoles aan de muziekschool ook al niet aan mij besteed.
Het probleem zat ‘m voornamelijk in mijn aversie tegen het leren: waarom moest dat allemaal zo moeilijk, ik wilde muziek maken eigenlijk alleen maar leuk blijven vinden.

De leraar muziek op de HBS, de heer Oomen, die tevens het officiële schoollied had geschreven, zag er dan wel heel artistiek uit met z’n homopropeller, maar als het op de les aankwam, hield het wel zo’n beetje op met maten herkennen van de 45-toerenplaatjes die hij op een pick-upje afdraaide bij wijze van proefwerk. Gelukkig zat ik naast een van nature begaafde Molukker (mij was al snel duidelijk dat met name ‘Indo’s’ een zesde zintuig hadden voor gitaarmuziek), Henkie Wolfswinkel genaamd, en die kon feilloos een driekwartsmaat, een vierkwartsmaat et cetera uittellen. Bij zo’n proefwerk kon ik genieten van zijn maatgevende vingertjes, en op die manier haalde ik altijd een voldoende. Maar tot op de dag van vandaag kan ik makkelijk een driekwartsmaat in een vierkwartsmaat tellen. Het interesseerde me ook niet genoeg om me er echt druk over te maken. Ik zag de popgroepen om mij heen, en kon me niet voorstellen dat zij wat ze vertoonden ergens hadden moeten leren, behalve misschien bij de harmonie of op accordeonles. In 1971 besloot ik alle pogingen op te geven toen ik in het Concertgebouw te Amsterdam de gitarist van Ten Years After zag excelleren: als ik het toch niet zo zou kunnen, dan maar gewoon helemaal niet.
Makkelijk zat.
De rest van mijn popmuziek cv kunt u nalezen op mijn website (www.wvenema.nl).

Onbestemd gevoel
Op pagina 54 en 55 van het zojuist verschenen glossy Sex Drugs & Rock ‘n’ Roll High School ter gelegenheid van vijf jaar Rock ‘n’ Roll Highschool treft u maar liefst 32 onderwijsinstellingen aan die iets met popmuziek van doen hebben. En van die lijst gekoppeld aan de vraagstelling voor deze column, krijg ik spontaan een onbestemd, maar verkeerd gevoel.
Nou moet ik eerlijk zeggen dat daar een reden voor is. Meerdere keren werd ik gevraagd om zogenoemde gastcolleges te komen geven op diverse instellingen van die lijst. Het begon met een voorstelling op de Rock Academie in Tilburg. Om dat verhaal kort te houden: van de toegezegde twintig studenten kwam 75 procent opdraven en daarvan moest 50 procent op tijd de bus halen; voor die fles wijn en een boekenbon had ik mijn middag beter elders te gelde kunnen maken, maar ik deed het op verzoek van de door mij zeer gewaardeerde muzikant-directeur Bertus Borgers.
Een paar jaar later vond ik dat de opleiding bij mij in de herkansing moest, dus stemde ik in met een soort afstudeerproject in de vorm van een hele avond bandjes kijken in 013. De optredens waren de afsluiting van een schooljaar liedjes maken, bandje spelen, optreden et cetera, en ik moest daar een oordeel over geven. De mevrouw die de zaak begeleidde, voelde op voorhand nattigheid, en vroeg mij voor de wedstrijd of ik het niet te negatief wilde maken, want de optredende studenten hadden in het voorgaande studiejaar bewezen dat ze het instrument naar keuze machtig waren. Net het onderdeel waar ik dus als querulant geen fuck verstand van heb, en dat ik eigenlijk intrinsiek het minst belangrijk vind.
Na die avond volgde een bitcherige correspondentie met vooral de administratie, de docent en een paar studenten, die ik beëindigde met het verzoek mijn karige vergoeding (waarom is die trouwens per definitie overal en altijd zo schofterig?) dan maar gewoon naar het Kankerfonds over te maken. Maar zelfs toen duurde het ruim een half jaar eer ik het door mij geëiste gewaarmerkte afschrift van de overmaking in de brievenbus had.

Het kan verkeren
Begin jaren tachtig zag ik de drummer van Nick Cave tijdens een uitverkocht concert in zijn drumstel kruipen; het publiek went apeshit. Midden jaren tachtig deed ik een tournee met de Legendary Stardust Cowboy, een gestoorde ober uit Las Vegas, die helemaal geen instrument kon bespelen (nou ja hij toeterde op een bugel, ‘n kindertrompetje van de padvinderij); een uitverkochte tournee met zo veel press cuttings dat zijn persfile dikker werd dan die van het Kuipconcert van Springsteen hetzelfde jaar. En zo kan ik nog makkelijk tien columns volpennen met artiesten die never ever een kunst- of muziekopleiding hebben gevolgd.
Begin jaren negentig liep ik per ongeluk een bandje tegen het lijf dat in diezelfde Rock Academie zijn roots had. Met wat duw- en trekwerk kreeg de band een plaatsje op Lowlands, en Krezip schreef vervolgens geschiedenis met een van de best verkochte debuutalbums in de Nederpop, de teller loopt nog en we zijn ver over de vier ton. (En, nog gekker: twee maanden geleden werd ik door een samenloop van omstandigheden weer met de band samengebracht in de voortzetting van The Alternative, met The Entertainment Group als nieuwe aandeelhouder, en mag ik nu de Krezip adviseren ter zake hun management. ‘Het kan verkeren’, zei Bredero.)
Op de HBS volgde ik een buitenschoolse cursus abstract schilderen bij de bekende impressionistische, kosmische, Brabantse landschapschilder Piet Smissaert. Vanwege mijn hoge cijfers voor tekenen, en omdat de tekenleraar mij een artistiek type vond, wilde ik na mijn eindexamen naar de Academie, waarvoor ik Piet consulteerde. Die adviseerde mij geheimzinnig om vooral niet naar een academie te gaan: ‘Daar leren ze je vooral af, wat er heel diep echt in je zit’.
Tijdens het toelatingsexamen in Groningen, in de serre van de botanische tuin, terwijl ik een vingerplant moest natekenen, galmde dat advies door mijn hersenpan en pakte ik m’n spulletjes, meldde me af, en ging gewoon naar de universiteit in Nijmegen.
Natuurlijk is dit allemaal wat kort door de bocht, want ik begrijp ook wel dat als je bij het Rotterdams Filharmonisch wilt, je daar iets voor zult moeten leren. En een fijnschilder die beter wil zijn dan Willink, zal toch ook op z’n minst zijn voordeel doen met een gegronde basis materiaalkennis en techniek. Maar of vakmanschap hetzelfde is als kunstenaarsschap dat betwijfel ik. En als je er je boterham mee wilt verdienen, zijn er nog maar steeds twee meetlatten: het publiek of de subsidiegever. Oké, de combi is ook mogelijk, maar de ultieme publieksheld heeft misschien wel principieel geen subsidie nodig. Gelukkig is 800 woorden maar anderhalf A4, dus ontsnap ik nog even aan die heikele discussie.
Ik ken nauwelijks popmuzikanten met een kunstopleiding, en ik ben ook niet echt ontevreden met hoe ver ik zelf gekomen ben.

Willem Venema is directeur van The Alternative, dat concerten en festivals organiseert.