INTERESSANT!


18.Feb.2018 18:21

TAMELIJK GELUKKIG & OOK INTERESSANT

oktober 25th, 2012

Het is een bekend fenomeen dat bij het maken van een film of documentaire er best een hoop materiaal de eindmontage niet haalt, terwijl ook in het draaien van dat materiaal vaak een hoop tijd, energie en geld gaat zitten.
En dit fenomeen is kennelijk ook aan de orde geweest bij het maken van de documentaire "Tamelijk Gelukkig. Over de alledaagse waanzin van Bob den Uyl" van Peter Scholten (scenario en regie). 
Een documentaire die 6 oktober j.l. in première ging op het GDMW festival in de Rotterdamse Schouwburg
http://www.gdmw.nl/rotterdam/programma/tamelijk-gelukkig-filmpremiere-bob-den-uyl/
Deze documentaire werd gemaakt i.s.m. RTV Rijnmond en stichting Passionate-Bulkboek.

“Ik word al ziek als ik aan schrijven denk, laat staan als ik achter de schrijfmachine ga zitten, zwetend van angst. Verschrikkelijk toch als je daarmee je geld moet verdienen.” Deze uitspraak is tekenend voor de humor èn tragiek van de Rotterdamse schrijver Bob den Uyl die in 1992 overleed. Regisseur Peter Scholten maakte een fascinerend veelvormig portret van het leven en werk van één van de succesvolste Rotterdamse schrijvers en zijn worsteling met het noodlot. Over een man die zich van het stotteren liet afhelpen en daarvoor in de plaats iedere mogelijke fobie kreeg. Over een man die bekend stond als reisverhalenschrijver, maar die altijd weer terugkeerde naar Rotterdam. Over een schrijver die tot zijn spijt nooit een roman heeft kunnen schrijven en daarom met een knipoog concludeerde dat zijn korte verhalen natuurlijk eigenlijk romans zijn waaruit alle overbodige zaken werden weggelaten.

Ik heb een paar keer te maken gehad met Peter Scholten (1954), die mij via via had weten te vinden voor materiaal voor zijn documentaires over Herman Brood (A Star like me, 2009) en  Jan Cremer – Ik schilder, ik schrijf, ik schilder, over het leven van de schilder en schrijver uit 2010), waarbij hij dankbaar gebruik kon maken van items uit mijn collecties. Vanaf 1986 is hij freelance documentaire- en programmamaker, en woont hij in Rotterdam en geeft les geeft aan de Willem de Kooning Academie. Scholten heeft reeds een waslijst aan zeer interessante documentaires op zijn naam staan, waarbij vooral de variaties kwa onderwerp opvalt (http://www.radarmedia.nl/paginas/produkties.htm).
Op 11 mei benaderde hij mij per email:

Beste Willem, ca va?
Ik ben zoals je je misschien nog wel herinnert bezig met een film over Bob den Uyl. Het is een documentaire, maar ik breng ook met acteurs en figuranten verhaalfragmenten van hem tot leven. Op 24 mei ’s middags (vanaf +/- 14uur) maken we opnamen voor een verhaal van Bob dat gaat over mensen die in een rij staan bijvoorbeeld postkantoor, of supermarkt etc. Het gaat om de mensen in de rij. De schrijver Bob (die ook in de rij staat) probeert in te schatten welke rij sneller is…en dat lukt natuurlijk nooit. Men staat altijd in de verkeerde rij. Een van de figuren die Bob beschrijft is een filatelist. Omwille van jouw uiterlijk, maar ook omdat het anekdotisch juist is, vraag ik je of jij zin en tijd hebt om deze rol op je te nemen. Hieronder de beschrijving zoals die in het boek staat (in de montage bekijken we welke zinnen we onder het beeld gaan snijden).

Camera op FILATELIST

Filatelisten. Uitzonderlijke zeurpieten die van alle zegels van een serie tien exemplaren moeten hebben uit een bepaalde plaats van het vel. Bekijken langdurig elk tandje met een loep. Dit soort mensen ziet er vaak heel normaal uit en valt dus lastig te lokaliseren, maar volledigheidshalve moeten ze genoemd worden.

Met vriendelijke groet, Peter Scholten

Figurant dus.
Peter heeft natuurlijk wel mijn muur vol met postzegelalbums gezien, maar om nou te zeggen dat het profiel van de postzegelverzamelaar in het stukje Bob den Uyl overeenstemt met mijn afwijkingen is zeer discutabel. Maar daar ging het niet om dus.
Nu weet ik best wat van postzegels verzamelen (zie eerder elders), maar van Bob den Uyl wist ik weinig tot niks, behalve dat het een beetje een zonderling en een zielenpoot was geweest. Maar daar ken ik er meer van. Wat denken van Jan Arends, Joti van Hoof en Vaandrager? Maar ook aan mijn persoonlijke ervaringen met Vinkenoog, Johnny van Doorn, Deelder, Chabot en nog zo’n optocht, heb ik geweldig dierbare herinneringen. Ik heb nooit helemaal begrepen waarom er inmiddels nog geen nieuwe Grote Drie (Reve-Hermans-Mulisch) is benoemd, want zo spannend was dat trio naar mate de jaren gingen tellen nou ook niet meer. En waarom Cremer en Wolkers niet in die league mee mochten tellen, is mij echt een raadsel.
De idee van Den Uyl over filatelisten is wel erg stereotiep en archaïsch, vooral de idee dat de loep er zo frequent aan te pas zou komen.
Natuurlijk moeten er tandjes aan een postzegel zitten, zeker als het getande zegels betreft natuurlijk, maar de fixatie op bepaalde zegels uit vellen lijkt mij meer uitzondering dan regel.
(En die categorie is trouwens per vandaag uitgestorven want het geeft geen postkantoren meer, laat staan een gesprek met een ambtenaar over de zegels op een vel; -maar daarover een volgend keer meer!)

Toch maar eens even het originele boek (Den Uyl, Bob, Een zwervend bestaan, Amsterdam, Querido, 1977, 1e druk, hoofdstuk 11, p. 71 e.v.) er op nageslagen. Mijn vrouw is trouwens wel een liefhebber van Bob den Uyl.
Het bovenstaand citaat blijkt correct.

cover pag_71

Later ontving ik een stukje draaiboek (Scene 11 b – DE RIJ) waar ik dus in zou figureren, en daar komt de dichterlijke vrijheid van de cineast om de hoek, want reeds in de eerste zin wordt een supermarkt ingechangeerd, die het in het origineel niet geeft.
Natuurlijk kan een filatelist boodschappen doen in een supermarkt en moet ie in de rij staan, maar een postkantoor had meer voor de hand gelegen in relatie tot zijn vermeende afwijking, want als ie zich dan zo zou gedragen hebben als omschreven, dan zou de rest van de rij zich natuurlijk de typhus hebben geërgerd.

Uit het originele script

script2 script1 script3

En die soort vrijheden maken Peter zijn aanpak bijzonder en interessant.

In die rij -en in beeld in de documentaire- staat nu bij de kassa een klein vrouwtje ontzettend te kutten met kleingeld tot grote ergernis van de kassière en de rest van de mensen in de rij. Dat kleine vrouwtje is niet een willekeurig gecast type, maar in werkelijkheid een echte vriendin (schrijfster Paula Gomes) van Bob.
In de documentaire geeft het steeds andere acteurs die de rol van de schrijver ensceneren, zonder dat dat stoort of verwarrend is. En natuurlijk zijn er originele beelden van Bob zelf doorheen gesneden, veelal zwart/wit, maar dat in combinatie met jazz-muziek is kenmerkend voor de approach van Scholten, en dat geeft meteen ook een somber randje aan deze documentaire, alles wordt steeds droeviger en zieliger.
Aan een paar mensen uit de cast had ik kennis, dus dat was sowieso gezellig -tussen de bedrijven door-. Fred van der Hilst en vooral Loes Luca zetten een mooi stel mensen neer zonder al te veel tekst; niks Zuster Clivia, maar een nette dame die zich heel onplezierig voelt.

De supermarkt die Peter had uitgekozen behoort tevens tot de beroerdste ketens te Nederland.
Wikipedia meldt: "De MCD is een Nederlandse supermarktketen. De keten heeft 37 filialen in het zuidwesten van Nederland. De MCD formule bestaat sinds de jaren zestig toen twee personen, Marius en Cornelis een discount openden in Oosterhout. De naam Marinus & Cornelis Discount werd afgekort tot MCDiscount. In een aardappelschuur werd een tegelvloer aangelegd en begon de Cash & Carry aanpak. MCD omschrijft zichzelf als een supermarkt met een laag prijspeil."
Een MCD dus, in een bijzonder stukje van Rotterdam met een even bijzondere clientèle, variërend van oer-Rotterdammers van beider kunne met en zonder even bijzondere tatoeages, coiffures en outfit, waar Rotterdam-Zuid een patent op lijkt te hebben. De niet bijzonder ruim bemeten personeelskantine fungeerde een tweetal uren als backstage. Ik zag op een gegeven moment het verschil tussen de acteurs en het personeel in burger echt niet meer. Het laagprijspeilwinkelende publiek snapte er ook geen reet van en ging regelmatig tijdens de opnames in de verkeerde rij staan. Heel komisch. Bob den Uyl (meer Rotterdam centrum) had bij dit aanzicht lachend maar rokerig gekucht in zijn graf.

DSC05258DSC05259 DSC05257DSC05260

Van die namiddag filmen in de buurtsuper van Charlois is ongeveer een 30 seconden in de film terug te vinden. Op de site van de filmmaker vind je in de slides van de documentaire slechts twee scene-foto’s terug (http://studiorev.wordpress.com/2012/07/08/opnames-tamelijk-gelukkig-afgerond/ ). Maar ik ben weer een interessante ervaring rijker.
De rest heeft het dus kennelijk allemaal niet gehaald.