INTERESSANT!


21.Nov.2018 13:04

JOHN COOPER CLARKE

september 7th, 2015

FUCK YOU

Omdat het gedoe rondom de boeking van een drietal optredens met John Cooper Clarke inmiddels een volstrekt eigen leven is gaan leiden op internet en andere fora komt het mij voor dat ik de enige echte versie van e.e.a. dient te documenteren op mijn eigen weblog.
Ik zeg expres weblog, want meer digitaals heb ik niet in huis. Bij mij houdt de cyber revolutie op met een Iphone (ik dacht te weten een model 5, maar precies weet ik het niet, want het staat er niet op) voorzien van een zogenaamde ‘Juice Pack’, dat is een extra plastic hoesje om je Iphone heen die fungeert als extra batterij. Dat heb ik niet zelf verzonnen, maar het is voor de veelgebruiker van de Iphone een uitkomst en dus een aanrader.
Dan doe ik aan bellen, sms-en (weer vaker dan voorheen i.v.m. de snelheid en vooral minder gezeur en ook omdat mensen daar sneller en beter op reageren dan andere boodschappers), e-mailen, Whatsappen (met en zonder foto’s en filmpjes). We telexen niet meer en faxen is ook over eigenlijk.
Ik doe dus niet aan twitteren, face-timen en ik heb ook geen face-book. En Linkedinken dat doe ik ook niet, want ik maak zelf wel uit met wie ik wel of niet zaken wil doen. Andere moderniteiten behoren niet tot mijn kennis. En ik vind het bij elkaar mooi zat. Cyberafkortingen komen meestal pas in mijn digitale kunstenidioom als iedereen ze al heeft afgezworen. Zo weet ik pas sinds een paar weken wat OMG betekent en gisteren zag ik voor het eerst ETA.

Kortom bellen is nog steeds de hoofdmoot on the road, op de voet gevolgd door Whatsapp.
Voor de boekingsbiz is emailen nog steeds de initiële stap naar het vervolg.

Op 31 januari j.l. ontving ik van zijn agent die ik al ken sinds het einde van de 2e wereldoorlog, het navolgende bericht:

“Dear Willem,

Happy New Year and I hope we each have successful and happy ones.
I’d like to know if you’re revisit and look at a couple of shows in Holland – Amsterdam and Den Haag – for John Cooper Clarke as his profile is increasing everywhere it seems and his management know that there’s a following there.  What do you think?

Best regards,

NM”

Ik sla even wat correspondentie over, maar op 5 maart kwam een enthousiaste email van Johan Gijssen, een van de programmeurs van Into The Great Wide Open (ITGWO) binnen met een financiële aanbieding. Geen spectaculair bedrag x euro + pl/l/c + ferry + hotel
Voor outsiders moet daar nog aan toegevoegd worden dat deze artiest geen top of the bill is anno 2015 is, maar de gage als bovengemeld, niet als beledigend worden ervaren.
De twee dagen voor het festival werden door mij geboekt in resp. Paard (van Troje-Den Haag) en (via Paradiso) in Bitterzoet te Amsterdam.
Met deze drie boekingen was de agent in zijn nopjes en in het verlengde van hem ook de manager van JCC. Die manager kende ik nog o.a. als voorproever van Nico (ja die van The Velvet).
De agent is een hardwerkende, oudere man in London, die zich nog een keer voor JCC wilde inzetten.
En zo dacht ik er ook over.
Henk Koolen, programmeur bij Paard, vond het een leuk idee en stak –tegen beter weten in- ook z’n nek uit.
En tezamen met Paradiso stonden we redelijk verbaasd over het verkochte aantal tickets voor deze shows. De voorpromotie voor ITGWO was ook opmerkelijk positief en een ieder zag uit naar de zoveelste herconfrontatie met deze held en dopie van weleer.
Vlak voor de gewraakte dat leerden wij dat de travelparty behalve uit JCC ook nog zou bestaan uit Johnny Green, en een vriendin van een van de heren (maar dat doet er niet toe). We lieten weten dat wij ons aan de eerdere contractuele afspraken zouden houden, maar dat verdere uitbreiding van de party niet onze financiële besogne zou zijn. Bij de naam van Green ging onmiddellijk bij mij een alarm af. Hem kende ik nog van mijn avonturen met The Clash…
Maar goed, ook oude ratten kalmeren veelal bij het klimmen der jaren, dus nog geen totale paniek.

In de jaren tachtig had ik al eens met deze artiest te maken gehad, maar zijn business en reputatie waren in de loop der jaren meer en meer down the drain gegaan.
Interessant in dit kader is een correspondentie tussen het festival in de persoon van medeprogrammeur Ron Euser en Oscar van Gelderen, uitgever van Lebowski Publishers (o.a. Dave Eggers, Charles Bukowski, John “Stoner” Williams, Cornelis Vaandrager en Arnon Grunberg), ter zake, die ik na alle hassle niemand zou willen onthouden. Hij blogt ook over muziek, kunst, boeken en de jaren tachtig op.
De perspromoter van het festival had eerder in augustus Oscar weten te strikken Insteek: persoonlijk. Anekdotes/ervaringen/meningen mbt JCC. Wel beetje informatief ook: vertellen wat deze man allemaal heeft gedaan, stukje geschiedenisles.
Op 31 augustus liet Ron mij weten
“Willem, jij boekt JCC toch? Hieronder stuk dat op de itgwo site komt te staan. Speciaal op verzoek van ons door uitgever Oscar v Gelderen geschreven. Graag nog niet doorposten, misschien iets voor op jullie site ook maar dan moet je wel even Oscar contacten lijkt me of hij dat ok vindt.
Wat ik dus niet mocht openbaren is het navolgende verhaal over JCC:

Evidently John Cooper Clarke
In 1977 zette stencil artist Hugo Kaagman zijn eerste piece in Amsterdam. Hij was een pionier; lang voordat street art salonfähig werd (de Banksy-koffiemokken zijn tegenwoordig niet aan te slepen) plaatste Kaagman zijn werk op straat – vóór Blek le Rat, Keith Haring, Basquiat. Alleen de Amerikanen Fekner en Hambleton en een paar jochies (ouder dan 14 zijn ze niet) die figureren in het klassieke boek Watching My Name Go By (voorwoord: Norman Mailer!) uit 1974 waren eerder. In 2008 wordt Hugo’s pionierswerk door niemand minder dan Banksy zelf erkend, en nodigt Mr B. hem uit om mee te doen aan het Cans Festival in Leake Street, Londen.

Rechtvaardigheid.
In 1977 bracht John Cooper Clarke zijn eerste platen uit op het onafhankelijke label Rabid – gerund door Martin Hannett –, als eerste de EP Innocents. Sinds 1979 tourt hij met collega ‘popdichter’ Linton Kwesi Johnson, en stond op de planken met The Sex Pistols, The Fall, Joy Division, The Buzzcocks, Siouxsie and the Banshees, Elvis Costello en New Order. In 1980 bereikt het album Snap, Crackle & Bob de 26e plaats in de UK charts. Producer: Martin Hannett.
Martin Hannett! Hoe – om met John Cooper Clarke te spreken – fucking legendarisch wil je het hebben? De man achter de Factory-sound, Joy Divison, Invisible Girls, de drums op het dak van de studio…
In 2007 duikt de monotone, wat verveelde beat van het eerste nummer op de plaat, ‘Evidently Chickentown’, op in The Sopranos. Terwijl Phil Leotardo aan de toog van een bar zijn zonden overdenkt, dendert Clarke’s stem staccato door het beeld:

the bloody pubs are bloody dull

the bloody clubs are bloody full

of bloody girls and bloody guys

with bloody murder in their eyes

Waarbij opgemerkt dient te worden dat in de aflevering van The Sopranos het woord bloody wordt gebruikt (zo als het ook op de plaat staat) maar dat Cooper Clarke dat woord bij live performance vervangt door fucking. Dan klinkt het ongeveer zo.

the fucking pies are fucking old

the fucking chips are fucking cold

the fucking beer is fucking flat

the fucking flats have fucking rats

the fucking clocks are fucking wrong

the fucking days are fucking long

it fucking gets you fucking down

Beter, eigenlijk.
Hoe dan ook: rechtvaardigheid.

Dat gedicht: ‘Evidently Chickentown’.
Ik weet nog, broekie in de vroege jaren tachtig, dat het grote indruk op me maakte, vooral door de volkomen alledaagse taal en het gebruik van rijm (not done). Ik was een snob, van het ergste soort – hoe obscuurder de auteur hoe beter (dat vind ik nog steeds, maar tegenwoordig probeer ik ze te gelde te maken) -, en had een helder beeld bij een schrijver: een licht onaangepast persoon die – hoe clichématig – far from the madding crowd zijn oeuvre schiep.

Schrijver zijn, dat wilde ik ook.
Ik had alleen niets te melden.
Ik ben daarom maar uitgever geworden.

John Cooper Clarke en Linton Kwesi Johnson – en trouwens ook Johnny van Doorn, want ook hij frequenteerde in de jaren tachtig het alternatieve popcircuit en is in zekere zin ook een pionier, ‘Komtocheensklaarklootzak!’ schreeuwend in het deftige Carré in de jaren zestig – ademden in woorden de punkmentaliteit: de vierkwartsmaat in de punkmuziek vond weerklank in de vierkwartsmaat in de poëzie. Hard, snel, ruig, niets ontziend, maatschappijkritisch, humoristisch, arbeideristisch – dit waren woorden als staal op staal, maar dan uitgespuugd in een microfoon.
Het kon me allemaal niet subversief en ruig genoeg zijn, en JCC koppelde zijn performance ook nog eens aan ontregelende oneliners van het betere soort.

‘If Jesus was Jewish, why the Spanish name?’

Hij is trouwens behoorlijk bij de tijd, onze man Clarke. Over Phil Spector zei hij recent: ‘It’s pretty bad shooting a chick through the brain but not as bad as fucking children.’
Daar zit geen woord Chinees bij, zou mijn literaire voorbeeld Vaandrager zeggen – zelf een man die het ongewone in gewone woorden wist te vangen.

Terug naar Clarke.
In 2013 wist ik hem te strikken voor een kort optreden tijdens de presentatie van Mecano, de memoires van Dirk Polak – legendarisch muzikant, schrijver, schilder, surrealist. Daar stond hij dan, held uit de jaren tachtig, nog altijd zo scherp als een scheermes, witty as hell en volstrekt relevant.

Sinds het fenomeen Poetry Slam in Nederland (in 2002 werd Erik Jan Harmens de eerste nationaal kampioen) een ommekeer teweegbracht in de waardering voor de performance – stond de goede performer vroeger in een kwade reuk omdat het op papier ‘allemaal wel niet overeind zou blijven’, omdat humor not done was, omdat een schrijver zich bij voorkeur achter de schermen diende te bewegen, en als hij al optrad dan toch liefst in de bibliotheek of kantoorboekhandel van het betere soort – is het de hoogste tijd dat schrijver, zanger en rasperformer John Cooper Clarke in Nederland definitief doorbreekt.

Om te beginnen op Vlieland.

Kortom iedereen gunde JCC zijn return. Nu weten we dus dat die doorbraak niks is geworden.

Maar we pikken de draad even weer op in de kleedkamer van Ian McCulloch van Echo & The Bunnymen, op het Bruis festival in Maastricht
Ik lees Ian het mailtje van de manager Phil Jones (let ook even op zijn emailadres) van JJC voor.
Van: Phil Jones
Onderwerp: Antw.: JCC festival weather info required

Willem et all
It has been absolutely pouring with rain since we got here . 
Are conditions very muddy on the island and getting worse ? What conditions should we expect when we get there ? 
Cheers 
Phil”

Mac begon meteen te lachen en sprak: “Willem, they don’t wanna go”
Ik memoreerde zijn eigen, allereerste voorstelling in Nederland op Pinkpop Binnen, dat ook niet doorging, en de kleedkamer bulderde.
Ik mailde Ron onmiddellijk omdat ik nattigheid voelde.
Ron antwoordde:
No worries guys. Het Bospodium is totaal een modderpoel. ’t water zakt direct door de dennennaalden en het zand naar beneden. 
Morgen trouwens minder regen dan vandaag zegt men. 
En nu ook alweer een paar uur droog. 
We maken mekaar gek met al dat gemekker over t weer ;), gewoon wat stevige buien op z’n tijd gaat geen mens van dood..”

Ik: “Maak jij een mooi verhaal in t Engels? Ik zit nu op Bruis zonder computer.”
Ron: “Ik probeer vannacht nog wel wat te pennen naar ze”

In de auto op weg van Bruis naar Harlingen las ik het verslag van 3voor12 over het optreden van JCC in Den Haag waarin de navolgende zinsneden (en over ‘fuck’ gesproken):

(…) “Voordat John opkomt geeft Johnny Green, de ex-roadmanager van The Clash, een kijkje in de geschiedenis van de Britse punkgroep. Hij zou eigenlijk voorlezen uit een boek maar is dat vergeten en moet dus improviseren. Omdat de hoofdact blijkbaar nergens te bekennen is, steekt Johnny een lang verhaal af en doet dat gelukkig zeer amusant.
Het voornamelijk zwart gekleedde publiek reageert fanatiek en de ex-roadmanager is verbaasd dat zoveel mensen zijn anekdotes herkennen. Enthousiast beantwoordt hij vragen over gebeurtenissen in de historie van The Clash. Op een bepaald punt doet hij zelfs een telefoongesprek met Bruce Springsteen na. Laatstgenoemde leek het leuk om met The Clash op te treden. Van de band kreeg hij echter een kort maar duidelijk ‘F*ck off’ te horen.”
(…)
(…) “Van de teksten die John Cooper Clarke deze avond voordraagt, is een groot percentage één of een bepaalde vorm van het F-woord.” (…)
(…) “Na afloop krijgt John Cooper Clarke een groot applaus vanuit een niet echt volle kleine zaal. Hij komt nog terug voor een korte toegift, maar daar blijft het bij. En zo eindigt de avond met een ‘lazy fucker’ vanuit het publiek.” (…)

(voor het volledige artikel: link )

Tussen die regels door kun je ook lezen dat chaos troef is.

Een paar uur na aankomst op het zogenaamd gastvrije en service-minded Vlieland, na een op z’n zachtst gezegd bumpy ride met de watertaxi krijg ik het ontij als ontbijt.
De JCC party heeft zich niet tijdig bij het afgesproken incheckpunt gemeld, en heeft daarom bovendien de snelboot naar Vlieland gemist, maar wordt desalniettemin snel een alternatief geboden middels een geïmproviseerde watertaxi. Dat aanbod wordt afgeslagen onder het mom dat er geen dak op de rubberen speedboot zit. De organisatie biedt aan om dat JCC met de volgende officiële ferry gaat en dat men gaat proberen het programma van het Bospodium daarop aan te passen. Evenwel is de JCC party onbereikbaar. Ik spring bij en draai alle nummer die ik verzameld heb van het zootje ongeregeld, maar krijg enkel answerphones. Ik bel de agent en doe het verhaal. Hij wil nog een kans om zijn telefoontjes te kunnen plegen. Dat wordt vervolgens alsnog niks. Ik leg de agent uit wat mijn boodschap zal zijn die ik bij JCC en/of zijn manager zal inspreken:
“Phil, tell John I am very pissed off. Tell him: Fuck you and go and fuck yourselves with a pinetree in your arse!”
Tevens leg ik de agent uit dat ik geen shows meer voor deze artiest zal boeken en ik desgevraagd precies zal uitleggen waarom ie niet heeft opgetreden.
Zo gezegd, zo gedaan.
De organisatie van ITGWO wilde deze blamage nog bij de aankondiging van de vervangende act laten vergoelijken en dat ging bij mij het verkeerde gat in. “Dan leg ik het het publiek zelf wel uit!”
Nog leuker van de programmeur en wel zo eerlijk als spontaan.
Ik heb daar nog een persoonlijk drugsadvies aan toegevoegd omdat ik dat wel zo toepasselijk vond.
“Alles wat je in je neus stopt, groeit tussen je oren niet meer aan.”
Dat is in de popmuziek (maar ook in het echt) geen lulkoek.

Binnen no time kwam nu.nl en –nota bene- de Telegraaf –altijd in voor ellende- al met de story, die eigenlijk niet zo heel veel voorstelt.
Evenwel waren die quotes onvolledig. Maar nog afgezien daar van: Fuck (you) wordt geschreven f-u-c-k en niet f-sterretje-c-k.
Dat ik dat zoveel jaar na Woodstock nog moet corrigeren is natuurlijk een bloody shame.

De agent stuurde vandaag de volgende boodschap:

(…) “Once again I am sorry that JCC didn’t make it to your event on Saturday.  I am getting contradicting stories from them and just want to put the whole episode to bed now without either of us stressing anymore or falling out either. His management appreciate that they’ve “blown” their chances with you there!  Can you advise me, as I’m being asked, when can the balance of fees for the two shows he did perform will be paid?” (…)

Zie ook:

clip_image001

John Cooper Clarke mist boot naar Into the Great Wide Open

Foto: AFP

Gepubliceerd: 05 september 2015 21:0005-09-15 21:00Laatste update: 05 september 2015 21:0005-09-15 21:00

Punkdichter John Cooper Clarke treedt zaterdagavond niet op bij het festival Into The Great Wide Open op Vlieland. 

De Engelsman miste ’s middags de boot naar het eiland en weigerde vervolgens alternatief vervoer dat hem aangeboden werd. Zijn Nederlandse agent Willem Venema van Double Vee zegt niet meer met Clarke te willen werken.

De performancedichter, die om 18.30 uur zou optreden, kwam te laat in Harlingen aan voor de boot naar Vlieland. "Toen hebben wij hem eerst een watertaxi aangeboden. Maar daar wilde hij niet in omdat er geen dak op zat," aldus Willem Venema die Clarke in Nederland vertegenwoordigt.

"Vervolgens werd hem voorgesteld de veerboot van 19.00 uur te nemen en dan zou het programma aangepast worden zodat hij later kon optreden. Daar voelde hij ook niets voor. Hij leek weinig zin te hebben. Daarop heb ik ‘Fuck you!’ gezegd. Met deze man wil ik niet meer werken."

Komische verzen

John Cooper Clarke brak in de late jaren zeventig door als "performing poet" met vaak razendsnel voorgedragen komische verzen. Hij trad veel op samen met punk- en newwavegroepen, maar ook op poëziefestivals – in ons land vaak samen met Simon Vinkenoog, Jules Deelder of Johnny van Doorn. Begin jaren tachtig verschenen er een aantal albums waarop hij zijn werk voordraagt.

Daarna verdween hij lange tijd uit beeld als gevolg van een drugsverslaving. De afgelopen tien jaar maakte hij echter weer een comeback. In 2010 stond hij op het Crossing Border festival in Den Haag. Vrijdagavond trad hij nog met veel succes op in Amsterdam.

Door: BuzzE

http://www.nu.nl/entertainment/4120167/john-cooper-clarke-mist-boot-into-the-great-wide-open.html

za 05 sep 2015, 20:58

John Cooper Clarke mist zijn boot naar Vlieland

Punkdichter John Cooper Clarke treedt zaterdagavond niet op bij het festival Into The Great Wide Open op Vlieland.

clip_image002Foto: BrunoPress

De Engelsman miste ’s middags de boot naar het eiland en weigerde vervolgens alternatief vervoer dat hem aangeboden werd. Zijn Nederlandse agent Willem Venema van Double Vee zegt niet meer met Clarke te willen werken.

De performancedichter, die om 18.30 uur zou optreden, kwam te laat in Harlingen aan voor de boot naar Vlieland. “Toen hebben wij hem eerst een watertaxi aangeboden. Maar daar wilde hij niet in omdat er geen dak op zat,’’ aldus Willem Venema die Clarke in Nederland vertegenwoordigt. “Vervolgens werd hem voorgesteld de veerboot van 19.00 uur te nemen en dan zou het programma aangepast worden zodat hij later kon optreden. Daar voelde hij ook niets voor. Hij leek weinig zin te hebben. Daarop heb ik ‘F*ck you!’ gezegd. Met deze man wil ik niet meer werken.’’

John Cooper Clarke brak in de late jaren zeventig door als ‘performing poet’ met vaak razendsnel voorgedragen komische verzen. Hij trad veel op samen met punk- en newwavegroepen, maar ook op poëziefestivals – in ons land vaak samen met Simon Vinkenoog, Jules Deelder of Johnny van Doorn. Begin jaren tachtig verschenen er een aantal albums waarop hij zijn werk voordraagt.

Daarna verdween hij lange tijd uit beeld als gevolg van een drugsverslaving. De afgelopen tien jaar maakte hij echter weer een comeback. In 2010 stond hij op het Crossing Border festival in Den Haag. Vrijdagavond trad hij nog met veel succes op in Amsterdam.

http://www.telegraaf.nl/prive/24459378/__John_Cooper_Clarke_mist_boot__.html

Het verslag in de Volkskrant is weliswaar ook nog onvolledig, maar komt dichterbij mijn versie:

clip_image004

Alle andere verslaggeving is weer van bovenstaand afgeleid. Nothing new.