INTERESSANT!


21.May.2018 15:04

LEZING door Willem Venema

april 16th, 2007

op uitnodiging van MKB-Nederland in het kader van de Week van de Nederlandse Ondernemer in het Jaarbeursgebouw te Utrecht op 29 maart 2007 j.l.

Dames & Heren, geachte aanwezigen,

De organisatie van dit evenement benaderde mij eind vorig jaar met de vraag of ik een bijdrage zou willen leveren aan De Week van de Ondernemer georganiseerd door het MKB.
Ik weet van het bestaan van het MKB, maar moest bij het horen van die naam altijd denken aan de winkel van Malle Pietje uit Swiebertje, de hobbyknutsel- annex behangwinkel in het dorp waar ik opgroeide, een vogelzaadhandel of een boer die het hooi van het land haalt; ik weet ook niet hoe dat komt.

En dat ik hier nu sta onder de banner van ‘Zakelijke Dienstverlening’ is iets, dat ik zelf eigenlijk niet had kunnen verzinnen. Volgens de folder ben ik dan weliswaar geen highlight, maar volgens de website ben ik wel een topondernemer;dat dan weer wel!
Wat ik ook nog niet wist, was dat ik het kennelijk moest hebben over ‘Tijd Is Geld’.
Hoe dan ook deze sessie gaat over mijn zogenaamde carrière en mijn beroep of omgekeerd, en dat allemaal in ongeveer 20 minuten, hoop ik.
Desalniettemin ga ik toch proberen mij aan de opdracht te houden.

Ik heb echter wel de organisatie gevraagd of ik er iets meer van mocht maken dan een meneer met een stropdas achter een katheder met het gebruikelijke, dan wel obligate praatje met of zonder powerpoint.
Vandaar de HOOFD telefoons, onderdeel van The Silent Disco, die ik een aantal jaren geleden op sleeptouw heb genomen en die op onze lijst van attracties te vinden is.
Ze verzorgen ook taylormade opdrachten met deze set-up voor bedrijven van groot tot klein: zelfs de saaiste aandeelhoudersvergadering wordt leuk en een waar avontuur.
Silent Disco is inmiddels een succesnummer bij publieke aangelegenheden in de hele wereld met als voorlopig technisch hoogtepunt een eigen area op het wereldberoemde Glastonburyfestival in Engeland, alwaar dit jaar voor het eerst gewerkt gaat worden met maar liefst 5000 draadloze custommade headphones gemaakt en ontwikkeld door de mannen zelf. Met batterijen van Duracell.
Onze nationale trots Philips was in aanvang hofleverancier van de Silent Disco, maar is voorlopig in technisch opzicht & design door Silent Disco Hoofdtelefoon voorbijgestreefd!
Philips werd vroeger -voordat alle ellende begon- steevast aangeduid met ‘die gloeilampenfabriek in het zuiden des lands’.

En daar begint ook mijn verhaal, mijn carrière.
Ik ben (zonder geloof) geboren op 16 oktober 1952 te Eindhoven als zoon van een technisch-tekenaar en afdelingschef bij NV Philips Gloeilampen Fabrieken en een winkelverkoopster bij de Eindhovense Muziekhandel. Na de Internationale Kleuterschool te Eindhoven, de 6-jarige Nutsschool te Aalst, gemeente Waalre, de 5-jarige HBS-A te Valkenswaard, kon ik in 1971 eindelijk het ouderlijkhuis ontsnappen, en ging ik studeren aan de destijds links geachte Katholieke Universiteit Nijmegen. [Mijn vrije tijd verpruste ik aan pianoles aan De Eindhovense Muziekschool, 1 jaar Abstract Schilderen o.l.v. de bekende wederopbouwkunstenaar Piet Smissaert en 1 jaar dansles (jawel, inclusief souldansen)] Aldaar, na 1 jaar Sociologie, veel bezettingen en onrust & 3 maanden Russisch, heb ik toch nog in 1973 het kandidaats 1 & 2 Rechtswetenschappen weten te behalen. Een academische titel Vrijdoctoraal Criminologie zat er niet in, tijd te kort & simpelweg omdat ik het organiseren van activiteiten voor medelotgenoten leuker vond. Bovendien bevond ik mij als vinyljunk permanent in geldnood omwege die uit de handgelopen hobby, waardoor ik alle bijbaantjes die iets konden opleveren wel moest aanpakken.
Die hobby werd onlangs gememoreerd in een leuk boek, en op de cover kunt U zien dat wij thuis in plaats van behang, ruim 300000 x 33,3 cm vinyl tegen de wand hebben geplakt.
Gelukkig had ik wel de gangbare diploma’s Veilig Verkeer, Zwemmen A&B, het Scheidegger 10 vingerblindtyp-diploma en het handige Rijbewijs BE bijelkaar gesprokkeld. En het was gelukt om studie-verlof ter zake de Dienstplicht te verkrijgen en dat te verlengen tot een nieuw Nederlands record van 10 jaar!. Dat verlof is door toedoen van de toenmalige minister van Oorlog, De Ruiter uiteraard met een heuse en trotse S5 afgerond.
Tijdens mijn universitaire studie heb ik gewerkt als resp. portier/uitsmijter, questor, programmeur, praeses en uiteindelijk als betaald algemeen coordinator voor studentenaktiviteitencentrum Diogenes te Nijmegen, alwaar ik mijn eerste concerten en voorstellingen kon organiseren met jazz legendes als The Diamond Five en Dexter Gordon, en mijn eerste popact Country Joe McDonald bekend van ‘Gimme An F’ uit de Woodstock film. Daarna volgde optredens met de toen volstrekt onbekende Wild Romance, The Police, The Talking Heads, Mothers Finest, Dire Straits etc etc.
Door een zeer toevallige samenloop van omstandigheden promoveerde ik eind jaren zeventig van oprichter van de fanclub tot (tournee-)boeker/co-manager (tesamen met de legendarische Koos van Dijk). van Herman Brood & His Wild Romance. Nog voor diens schilderscarrière, heb was ik de mede-uitgever/samensteller van “Het Bisz Boek” met uitsluitend tekeningen, foto’s en teksten van Herman Brood.
Daarnaast speelde ik onder de naam Double You Concerts voor locale promoter en wel ‘voor eigen risico’, ‘in opdracht van’ of ‘tesamen met’ de oprichter van het fameuze North Sea Jazz festival, wijlen Paul Acket Agency. Later voornamelijk met of voor MOJO Concerts BV. Alle concerten (AC/DC, Blondie etc etc.) vonden voornamelijk plaats in Concertgebouw De Vereeniging te Nijmegen.
M.n. door toedoen van ingetreden vennoot/zakenpartner Ben Giezenaar werd het een serieus concertpromotie- en boekingskantoor; en vanaf 1985 met meer zakenpartner(s) en uiteindelijk in associatie met MOJO Concerts.
Op ons conto konden wij bands schrijven als UB40, Simple Minds en Prince.
In 1988 werd ik door een aandelenruil medevennoot/directeur in MOJO Concerts BV, en vertrokken wij naar Rotterdam om te gaan samenhokken.
In 1993 –inmiddels in een groter kantoor in Delft- ben ik -na het vertrek van MOJO-oprichter/directeur Berry Visser- als vennoot/directeur uitgetreden; e.e.a. echter voor de overname door resp. SFX en vervolgens ook beursgenoteerd Clear Channel Entertainment (muziekonderdeel van Clear Channel Communications). Dit megalomane bedrijf genereerde behalve veel aandacht van de Amerikaanse SEC ook veel negatieve aandacht en om het resultaat en imago voor de aandeelhouders wat op te pompen werd een beursgang georganiseerd, zo werd recentelijk Clear Channel omgepoold naar Live Nation.
Omwege de verkoop van Mojo aan de Amerikanen moest ik in 2000 in loondienst van MOJO tesamen met inmiddels nog meer dan 140 collegae; nog steeds als boeker, en vanwege de salarischalen werd ik zelfs ‘seniorboeker’, maar daarnaast bleef ik festivalprogrammeur, projectleider en concertpromoter van voornamelijk buitenlandse acts, van debutanten tot de/arrivees.
Ik ben niet echt iemand die in loondienst moet willen werken. In mijn hele carrière ben ik dat dan ook niet langer dan twee en een half jaar geweest.
Ik heb in de loop der jaren gewerkt als stagemanager bij o.a. AVRO’s Grand Gala Du Disque, KRO’s Rocktempel, VARA’s Popzien, New Pop-Rotterdam, Schuttorf Open-Air (Duitsland), Torhout/Werchter (Belgie), Parkpop-Den Haag (van editie 0 tot heden), Pinkpop tot mijn ontslag bij Live Nation, en Metropolis-Rotterdam.
En ik was (mede-)initiator/oprichter/programmeur van “Pandora’s Music Box” midden jaren tachtig, “Ein Abend In Wien” in 1991 en “A Campingflight To Lowlands Paradise” van 1993 tot eveneens mijn ontslag bij Live Nation.
Eind jaren negentig jaren lukte het mij om een comedy-divisie op te richten die bij MOJO geplaatst kon worden onder de naam “Night Of Comedy”, en die inmiddels o.a. successen scoort met de U bekende Lama’s.
Per vandaag programmeer ik het grootste (125000 bezoekers) gratis openluchtfestival van Nederland, Het Bevrijdingspopfestival in Haarlem.
Tussen de aardappelen en de soep door ben ik manager geweest van Claw Boys Claw (NL), Urban Dance Squad (NL), The Gunclub (USA) en The Riff (NL). Met de eerste drie heb ik grammofoonplaten en cd’s gefinancierd en geproduceerd.
Ik was business consultant voor Candy Dulfer aan het begin van haar carriere, en advisor van de Nederlandse Elvis-impersonator Frank Anthony en de Amerikaanse groep Venice. Voorts adviseerde en adviseer ik bij nieuw-en verbouw van (pop-)podia t.b.v. gemeenten of gespecialiseerde adviesbureaus als KPN, Signo, Beerenschot (o.a. Muziekcentrum-Enschede/Doornroosje- Nijmegen/De Kelder-Amersfoort/Stadsschouwburg-Uden) of de instanties zelve (Concertgebouw De Vereeniging-Nijmegen/Arena-Rotterdam/Noorderligt-Tilburg/Paard-Den Haag/Zwolle-Hedon). Bij U heet dat volgens mij ‘consultancy’.

Met wisselend plezier heb ik gastcolleges gegeven op de Hogeschool voor de Kunsten te Utrecht, Den Haag en Amsterdam, de Muziekacademies van Rotterdam en Zwolle, en de Rockacademie te Tilburg. Lezingen en voordrachten als vandaag, heb ik gegeven in Rotterdam (Pop en de Paparassen), in New York voor het New Music Seminar, terwijl ik vaste klant ben bij het jaarlijkse Noorderslag Seminar te Groningen en het soms op de International Live Music Conference te London. Speciale voordrachten heb ik gedaan voor het 25 jarig bestaan van de Effenaar te Eindhoven, het ongewenste Philips Jubileum te Paradiso, en op de Jaarcongressen van de VNP, VNPF, VSCD en ter gelegenheid van Culturele Hoofdstad 2001 te Rotterdam in samenwerking met de kunstenaar Joep van Lieshout.
Ook heb ik de jubileumafleveringen (50-100-150-200) van De Huiskamer Quiz gepresenteerd, de Popquiz van het Noorderslag Seminar en het Foxtrot Programma te Lowlands (o.a. Het Concert Des Levens) en de viering van e 85ste verjaardag van Johnny Hoes in de HMH en MCV waarvan diverse dvd’s verschenen. U kunt mij als vaste site-kick om de veertien dagen vinden in het vaste panel van het internet-tv 3voor12 programma van de VPRO genaamd “De Gevestigde Orde”, een discussieprogramma over de ontwikkelingen en de stand van zaken in de popmuziek. Geheel ongevraagd -en ongewenst bovendien- kwam ik in iets van de Machtigste Personen in de Muziekindustrie Top Zus en Zo van OOR op een hoge plaats terecht, en onlangs voegde het blad Quote daar, eveneens ongevraagd, een 61ste positie in hun Entertainment Top 100 aan toe.
Nog recenter dichtte de Nieuwe Revu mij een positie in de top 10 toe in het rijtje van de meest invloedrijke mensen in de popmuziek in Nederland. For what’s it worth.
Last, but not least, vielen mij de navolgende onderscheidingen ten eer “Keizer van het Clubcircuit” (VPRO radio 3, 1986), “VNP Life-time Achievement” (1997), Rotterdam Awards Popcultuur (1998) en er hangen thuis een paar bijzondere ingelijste cd’s aan de muur van K’s Choice-“Paradise in Me” (goud, 1996), Heideroosjes-“Takkeplaat” (1996), K’s Choice-“Cocoon Crash’ (platina, 1998) en Venice-‘2 Meter Sessies’ (goud) (2003).
In januari 2004 kwam ik in het nieuws omdat ik uit handen van de staatssecretaris van toen nog OC&W, mevrouw Mr. Medy van der Laan, de muziek-industrie prijs “De Veer” uitgereikt kreeg. Een maand later, op 16 februari 2004 werd evenwel ik met onmiddellijke ingang ontslagen bij Live Nation, een nietig ontslag dat later werd omgezet in een ontbinding van de arbeidsovereenkomst middels mediation per 1 maart 2004. Deze affaire was vooral in combinatie met een inval van de NmA, een dag na mijn ontslag, voorpagina-nieuws in Nederland, en haalde zelfs (de voorpagina van) de Belgische krant De Morgen en de Amerikaanse muziekbladen Pollstar en Billboard. Evenwel was er geen enkele relatie tussen mijn ontslag en de NmA.
En nu, achteraf, denk ik weleens, was dat er maar wel geweest.

Vanaf 28 februari 2004 ben ik weer volledige zelfstandigondernemer onder de naam THE ALTERNATIVE met als hoofdhobbies: boekingskantoor, concertpromoties, impresariaat en consultancy. We deden reeds concerten met onder andere Coldplay, The Pixies, LIVE, Tori Amos, Snow Patrol en een hele reeks kleinere, maar vooral snel opkomende en veelbelovende artiesten. We deden ook een mislukt popfestival, en een geslaagder evenement onder de naam Arrow Jazz, a Picknick in the Parc met Jamie Cullum.
Eind 2004 trad voormalig hoofd financieel-projectmanagement van Mojo/Live Nation, Folkert Jan Blaauw toe als partner, en vonden wij in het Amerikaanse World Wide Entertainment een aandeelhouder die de bank wilde spelen. En wat doe ik dan zo al in het echt?
Grosso modo kan ik mij eigenlijk wel vinden in die term ‘zakelijke dienstverlening’, want ik lever inderdaad een dienst. Ik zie mij ook als toegevoegde waarde, weliswaar regelmatig initiërend. Gemiddeld genomen kan je stellen dat een artiest veelal een band of (pop)groep zal zijn, ook wel een solist, maar vaak toch een muzikant of zanger (of beide) met een band om zich heen. De meeste artiesten hebben ook wel een manager, en die manager dient de belangen van zijn cliënt te verdedigen. Daarbij behoort het onder andere ook tot zijn/haar taak om voor wat betreft de optredens ten overstaan van een publiek op zijn/haar beurt weer een zakenbehartiger te zoeken.
Het archaïsche Nederlandse woord ‘impresariaat’ zoals dat nog steeds bij de Kamer van Koophandel voor mijn bezigheden wordt gebruikt ,dekt al jaren niet meer echt onze lading. Een boekingskantoor is geen management, maar voorziet het management (dus de artiest indirect) wel vaak van advies tegenwoordig. En dat advies is van belang, zeker nu de inkomsten uit het optreden belangrijk zijn geworden, en nog belangrijker zullen worden dan de opbrengsten uit de verkoop van de geluidsdragers.
Een boekingskantoor is ook geen concertpromoter, maar het kan wel samen gaan.
In principe zoekt een boekingskantoor optredens en diegene die die optredens laat gebeuren is dan de promoter. Dat kan iemand zijn die dat nationaal voor zijn/haar rekening neemt, maar het kan ook zijn dat het een reeks van locale/plaatselijke organisatoren/promoters is.
Dat een boekingskantoor bestaat uit o.a. boekers die artiesten verkopen, moge duidelijk zijn. Maar het geeft ook one man operations. Als een boekingskantoor uitsluitend verkoopt en zelf nul risico neemt, dan heet een dergelijke boeker ook wel een ‘broodboeker’, hetgeen in het slechtste geval zoveel wil zeggen dat ie probeert er zoveel mogelijk voor te krijgen n’import het resultaat.
De belangrijkste skill van de promoter dient te zijn het maken van de juiste inschatting van de drawingpotential van de te vertonen artiest.
Of te wel: hoeveel mensen mag ik verwachten. In mijn termen: the expectation. Waarbij natuurlijk van belang is tegen welke entree-prijs.
Of soms, ook als er geen sprake is van entree, hoeveel mensen kan ik op de been brengen?
Het moge ook duidelijk zijn dat je daarbij met je eigen georganiseerde netwerkradar alle horizonten moet scannen om tot een goede expectation te komen.
Een van onze specialiteiten is het in de markt zetten van debutanten, zogenaamde ‘startingacts’ of ‘babybands’, zoals wij dat recentelijk deden met bijvoorbeeld The Fratellis; nog voordat de plaat officieel uit was in Nederland, hadden we al meer dan 2000 tickets verkocht.
Een andere specialiteit is het revivalen van credibel goud van oud zoals Willy Deville, Candi Staton en recentelijk Solomon Burke, die in Nederland alsnog een gouden album in ontvangst kon nemen.
Onderschat je de potentie, dan doe je het niet goed, maar kost het meestal niks. Overschat je de potentie echter, dan ga je heel eenvoudig ‘nat’, ‘het schip in’, ‘voor het gas’, want dan komen er te weinig mensen en verkoop je dus te weinig kaartjes.
Behalve die inschatting van de potentie van de artiest, en de ideale hoogte van het kaartje (entree-bewijs of ticket genoemd) is natuurlijk ook het imago van de artiest en vooral ook de zaalkeuze een belangrijke ingrediënt.
En omdat de zaal meestal een nagelvaste locatie is, spreekt voor zich dat de keuze van de stad veelal zeer cruciaal is. Evenwel is het met het organiseren van buitenlandse attracties in Nederland niet zo dat de agent van de artiest, de manager, de platenmaatschappij of de artiest zelve, daarbij helemaal niks in te brengen hebben. Meestal is daarbij de keuze voor een zaal in Amsterdam pivotal, zoniet inmiddels een holy fiction, tot grote frustratie en onbegrip bij de provincie. Amsterdam ligt nu eenmaal niet in Roggel.

In de set-up van The Alternative is sprake van een driedeling:

1. Promotions: het voor eigenrekening en risico indoorconcerten organiseren op diverse niveaus met merendeels buitenlandse, maar ook met Nederlandse artiesten. Die nivo’s variëren in locaties met capaciteiten van 250 tot 37500 plaatsen.

Deze nivo’s (s/m/l/xl) worden ook wel aangeduid met verzamelnamen als:
-clubs (als Paradiso, Tivoli)
-venues (schouwburgen/concertzalen MCV, Congresgebouw)
-halls (grotere concertgelegenheden als HMH en Ahoy)
-stadions (Feyenoord, Gelredome)

2. Bookings: het verkopen van of bemiddelen voor buitenlandse en Nederlandse attracties aan clubs, venues, festivals. Dat kan tegen een vaste, of flexibele boekingscommissie (een % van), maar ook een co-promotie is in ons geval veel van toepassing, waardoor je eigenlijk toch weer deelneemt als promoter.

3. Festivals en evenementen.
Onze buitenlandse attracties komen veelal van agencies in Amerika en Engeland, maar worden ook betrokken van lossere contacten. Uiteraard wordt er ook direct namens buitenlandse artiesten bemiddeld, liefst op exclusieve basis voor Nederland.
De Nederlandse artiesten betreft een zgn. eigen stal, die wij in de afgelopen jaren bijelkaargesprokkeld hebben.

Het betreft allemaal publieke voorstellingen, maar in de afgelopen jaren is ook het bemiddelen voor- en het verkopen aan tussenpersonen die de middenstand en industrie (of de captains daarvan) van amusement of entertainment voorzien, belangrijker aan het worden. Deze categorie boekingen wordt aangeduid met ‘corporate bookings’. Dat hier hele andere bedragen in om gaan moge blijken uit een recentelijk uitgelekte deal voor George Michael die voor een besloten voorstelling voor een gasbaron in Moskou een gage van 1,5 miljoen Ukpounds mocht toucheren. Dit soort bedragen zijn anno 2007 meer schering dan inslag omdat het niet meer zo is dat artiesten zich zorgen maken om hun imago bij het incasseren van dit soort fees. In de voorgaande jaren werd dat soort zaken vaak als incredibility gezien en had dat meteen invloed op de cd-verkoop indien de devote schare scherpslijpers van mening ware dat de artiest in kwestie door dit soort uitverkoop aan de duivel en het hoereren met het groot-kapitaal of het mkb (!) aan geloofwaardigheid inboette.
Daarnaast is ook de combinatie van publiek-en corporate een opkomende tak van sport, zie het succes van De Drie Toppers in de Arena met als rugdekking de merketing van C-1000.

Tenslotte nog een paar woorden over het onderwerp waar de meeste mensen in Nederland nu eenmaal het nieuwsgierigste naar zijn. De sensationele vraag “WAT KRIJGT ZO’N ARTIEST DAAR NOU ZO VOOR BETAALD?” Niemand loopt echt graag met z’n salaris of verdienste te koop, tenzij je daartoe wettelijk verplicht wordt.
Ofschoon men met betrekking tot deze materie in Amerika een stuk openhartiger is dan hier, blijft dat natuurlijk altijd een beetje het geheim van de bakker.
Globaal kan je wel stellen dat een artiest natuurlijk waard is wat de gek er voor geeft, en als die gek meerderjarig en/of handelingsbevoegd is, dan mag je elk idioot bedrag natuurlijk aannemen, daar komt geen Moskovitz aan te pas. Bij boekingen is dat zeer arbitrair en soms ook zeer onduidelijk en willekeurig. Evenwel zit er achter de meeste gages (fees genaamd) natuurlijk wel een soort ratio. Vooral bij het zelf organiseren van een concert is er natuurlijk een leidraad. Populariteit in combinatie met exclusiviteit en of schaarste bepaalt natuurlijk in hoge mate -net als in alle andere handel- deze ratio. In de praktijk komt dat er op neer dat de eerder genoemde drawingpotential wordt vertaald in een lokatie met een bijbehorende entreeprijs.
De verwachting, en dat kan dus de maximale verkoopbare capaciteit van die locatie zijn keer de gestelde entreeprijs, geeft een zogenaamd gross before taxes. Van de begrote recette gaat eerst de btw af (6%) en dan de verplichte buma (merkwaardig genoeg een onderhandelbaar %), een wettelijke heffing door een van overheidswege beschermde monopolistische organisatie, waar nogal wat commotie over is per vandaag, en waar met name Uw club, het MKB, nogal wat over op te merken heeft, geruggesteund door het recentelijk verschenen rapport van de (staats-)Commissie Stevens.
Hoe dan ook, wij houden na die twee ‘verlies’-posten een netto recette over (net gross).
Vervolgens kan men zich bedenken dat we met een serie kosten (expenses) te maken hebben als zaalhuur, podium, indien gevraagd licht en geluid, andere apparatuur, ordedienst/bewaking (security), hand- en spandiensten etc etc.
Die lijst kan natuurlijk een hele lange worden naar gelang de wensen en eisen van de artiest, of verplichtingen van de zijde van de overheid, of wat men verder nog ter zake kan overeenkomen. Als we onze begroting (in vakjargon the costing) van inkomsten (income) en uitgaven (expenses) klaar hebben en die twee posten van elkaar aftrekken blijft, er een zogenaamde ‘net left’ over.
Dat bedrag valt in principe over twee partijen te verdelen:
-de artist, en
-de promoter

Die verdeling is veelal afhankelijk van de onderhandelingspositie, maar veel beter dan 75 – 25% komt niet meer zo heel vaak voor. Het is vaker 80-20, 85-15 of 90-10. Hoe groter de gelegenheid en hoe groter de artiest, des te lager het percentage voor de promoter lijkt het wel, merkte vorige week John Giddings de agent van de grootsten der aarde op ten tijde van het jaarlijkse ILMC in London.
Er zijn gevallen bekend waarbij de artiest met 100% van de netto recette na kosten naar huis gaat. De organisator krijgt dan in zo’n geval wel een tevoren afgesproken vaste promotersfee, en loopt dan meestal ook geen risico, en wordt op die manier een uitvoerder in plaats van promoter. Zo ging dat met de Rolling Stones de vorige ronde althans.
Nu vooral Live Nation het recht op een wereldtour als het ware opkoopt, en vervolgens uitzetten uitvent over de eigen filialen (alsnog local promoters genoemd), kan men bedenken dat men de hele tour centraal cross collateralized afrekent omdat Live Nation dan als wereldpromoter (een supra-internationale promoter) fungeert. Er komt in die gevallen geen enkele concurrentie meer aan te pas. Jammer voor calimeros als The Alternative, maar hier toont zich de macht van het groot-kapitaal, of zoals U wilt, het moderne graaikapitalisme.
En ofschoon de Nma daar anders over denkt, denk ik niet dat concurrentie in de concertbisniz echt in het belang van de consument is, het is namelijk zo dat er maar 1 Robbie Williams is etc. Artiesten zijn niet vergelijkbaar met autobanden of koekoeksklokken van de lopende band; alhoewel, als ze behalve playbacken ook nog stand-ins gaan ….
Natuurlijk kan een artiest ook een vaste vraagprijs hebben (price tag band), maar een beetje slimme artiest zal die prijs omzetten in een garantie versus de behaalde netto recette na aftrek van de gemaakte kosten; de zogenaamde ‘versus-deal’ als hiervoor uitgelegd.
Boekingskantoren in Nederland hebben meestal een vaste prijslijst voor hun nationale waar. Wij hanteren altijd een garantiebedrag voor al onze artiesten met een faire split op basis van een transparante begroting en navenante daadwerkelijk(e) afrekening/resultaat.
Festivalgages echter zijn vaak een combinatie van schaarste, of competitie creëren en gewoon brutaal vragen, waarbij je je meer en meer waant op een tapijten- of schapenmarkt in Marakesh of Tel-Aviv.
Maar ook hier valt toch nog regelmatig een vuistregel te distilleren, die grofweg samengevat mag worden als de maximale gage die de artiest op zijn best kan behalen keer een factor 2 of 2,5 of 3. Maar "The Sky Is The Limit".
In maart j.l. was ik op de grootste muziekconventie ter wereld, het SXSW in Austin-Texas en volgde daar een seminar over popmuziek in China, de interessantste emerging market, ook voor popmuziek. Nu nog heel veel cowboy-gedoe in China, maar het gaat daar snel. Omdat men daar nog veelal van scratch begint met nauwelijks regelgeving, super lage tickets van 1 tot 3 euro (expats of zwaargesponsorde concerten uitgezonderd natuurlijk), weinig bescherming van het auteursrecht, dus weinig onuitgenodigde mee-eters, met een welhaast schier oneindige publiekspotentiaal van miljarden maagdelijke popmuziekliefhebbers, is desalniettemin de verwachting dat je daar voortaan het echte goud zult kunnen gaan verdienen als artiest.
Zijn met name de Amerikanen nog steeds bang voor het klassieke communisme, ik denk dat men zich meer zorgen zou moeten mogen maken over het aanstormende Chinese Kapitalisme. De letterlijke en figuurlijke ruk aan de stekker, kan alle beurzen in elkaar laten donderen inclusief de muziekindustrie.

Mocht U naar aanleiding van het voorafgaande nog vragen hebben dan kunt U altijd met mij contact opnemen. Onze gegevens vindt U op onze website onder ‘contact us’.