INTERESSANT!


18.Feb.2018 18:21

ALLES

april 16th, 2007

WILLEM VENEMA

Willem Venema (1952) organiseert concerten en festivals. Aanvankelijk deed hij dat via zijn eigen bureau Double U, later als directielid van Mojo Concerts in Delft. Hij was betrokken bij Pinkpop en bedacht toonaangevende muziekevenementen als Lowlands en Het Grote Concert des Levens. In januari 2004 ontving hij uit handen van staatssecretaris Medy van der Laan de onderscheiding De Veer voor zijn verdiensten voor de Nederlandse muziekindustrie. Na zijn vertrek bij Mojo, een maand later, begon hij weer zijn eigen boekingskantoor: The Alternative. Hij begeleidt daarnaast heruitgaven van platen van The Gun Club, een van zijn favoriete bands.

Hangzakjes. Toen ik daar dankzij Willem Venema voor het eerst van hoorde moest ik onwillekeurig aan een akelige lichamelijke aandoening denken. Tijdens een gezamenlijke autorit – hoe toepasselijk! – naar de verzamelaars- en platenbeurs in Utrecht legt hij minutieus dat dit een soort mapjes waren waarin PTT Post in de jaren ’90 postzegels verkocht. Vanwege allerlei praktische problemen werd het geen succes en ze zijn inmiddels uit de handel genomen. Ze worden sindsdien fanatiek verzameld, al wordt in de kringen der filatelie nog altijd hevig gediscussieerd of het hangzakje wel of niet een waardig verzamelaarsobject is.
Het tekent Willem Venema.

Hij verzamelt van alles: schilderijtjes, dinky toys, parafernalia uit de Tweede Wereldoorlog, concertposters, muziekbladen, jaargangen Penthouse, munten, postzegels, alle drukken van Ik Jan Cremer, boeken over nazi-kopstukken en nog veel meer. Hij sleept het echter niet allemaal mee naar huis om het er liefdeloos op te slaan. Integendeel, hij verdiept zich in de achtergronden van elk object en elk onderwerp, waarbij geen detail hem ontgaat.
Waarom wil hij bijvoorbeeld al die drukken van Ik Jan Cremer op de plank hebben? ‘Jan Cremer pocht al heel lang over tientallen herdrukken van zijn boek, waarvan ook op de omslag altijd heel stoer melding werd gemaakt. Er is wel eens aan getwijfeld of al die 50 of 60 drukken er ook werkelijk geweest zijn. Er stond immers als op de eerste, zeer bescheiden druk dat het een ‘onverbiddelijke bestseller’ was. Door ze te verzamelen kan ik dat nagaan. Het is voortgekomen uit een weddenschap met wijlen Willem Oltmans, waarmee ik bevriend ben geweest.’

Letterlijk het meest in het oog springend is de platencollectie van Willem Venema. De verzameling stond ooit in de woonkamer, maar is sinds een paar jaar ondergebracht in een speciaal daarvoor ontworpen uitbouw van zijn vrijstaande bungalow. ‘Mijn echtgenote was het op den duur een beetje zat om tegen behang van 33 centimeter dik aan te kijken’, meldt Willem Venema droog. ‘Ik kon mij daar iets bij voorstellen. We hebben een vleugel aan het huis gebouwd. Omdat de platen er zouden komen hebben we extra laten heien. De grond is nogal drassig hier.’

Door een geraffineerde indeling van de extra ruimte bestrijkt de platenkast twee volledige verdiepingen. Het is een imposant gezicht. Waar je ook kijkt: elpees. Er is een ladder nodig om tot de bovenste planken te reiken. ‘Het was overigens nog een hele klus om die kast gebouwd te krijgen. Ik wilde voor alles een degelijke constructie. Ik heb hier een dochter rondlopen en ik moet er niet aan denken dat zo’n muur van platen naar voren komt. Drie aannemers kwamen langs en durfden het niet aan. Uiteindelijk is de kast getimmerd door een decorbouwer. Alles is buitengewoon solide. Eindelijk heb ik mijn platen allemaal keurig bij elkaar.’

Opvallend is inderdaad de orde die heerst in het verzamelaardomein van Willem Venema. De platen staan keurig op alfabetische volgorde. Zowel de singles als elpees en cd’s. Naar eigen schatting zo’n 30.000 exemplaren. Alles staat bovendien in de computer. Net als de titels die hij nog zoekt. De tijdschriften zitten in degelijke cassettes, de postzegels in de speciaal ervoor gemaakte boeken en veel parafernalia ligt zeer decoratief uitgestald in vitrinekasten. ‘Ik houd van overzichtelijkheid’, beaamt Willem Venema. ‘Wat je hebt moet bereikbaar zijn. Ik haatte het vroeger als ik voor een nummer een elpee nodig had, maar een half uur moest graven voordat ik de plaat eindelijk te pakken had.’

Het vergaren van spullen zit hem in het bloed, vertelt Willem Venema. In zijn familie werd al druk verzameld. Een oom had bijvoorbeeld een enorme collectie postzegels. De piepjonge Willem Venema zelf stort zich aanvankelijk op dinky toys en knikkers. Postzegels kwamen daar al snel bij. ‘Verzamelen is voor mij altijd veel meer geweest dan een hoop spullen bij elkaar harken’, legt hij uit.

‘Het is voor mij alleen interessant wanneer er een verhaal aan vast zit dat ik helemaal uit kan diepen. Postzegels spraken mij om die reden al heel snel aan. Op de plaatjes kon je heel goed de politieke situaties in landen aflezen. Wie was er aan de macht en wie was er in ongenade gevallen? Landen probeerden zichzelf ook vaak een beetje te verkopen via de postzegels. Russische zegels deden in geuren en kleuren verslag van de nationale successen op het gebied van de ruimtevaart. Als jongen vond ik het geweldig om daar op die manier kennis van te nemen. Ik beperk me daarom ook hoofdzakelijk tot het verzamelen van spullen die iets zeggen over de tijd die ik zelf bewust heb meegemaakt. Van 1952 tot heden dus.

‘Halverwege de jaren ’60 kwam de popmuziek daar in alle hevigheid bij. Mijn eerste concert was dat van The Phantoms. Locale helden, uit Eindhoven. Niet veel later zag ik Q65. Dat gaf een schok. Ruige muziek, een dito uiterlijk. Ik wist dat ik getuige was van iets revolutionairs. Dit leek in niets op het beschaafde vermaak dat bij mijn ouders thuis uit de radio opklonk. Er werd in onze kringen – we waren een keurig Philips-gezin – dan ook luidkeels schande van gesproken. Tuig, vond mijn vader het. Vooral vanwege dat lange haar.

‘Ik begon met het kopen van singles. In maart 1967 kocht ik mijn eerste elpee: The Kids Are Alright van The Who. Ik heb die nog steeds. Vanaf dat moment ging het snel, via vrienden en familieleden ontdekte ik steeds meer, zoals de eerste plaat van Bob Dylan. Verder rook ik aan de jazz, via Dizzy Gillespie en Miles Davis. Ik kocht een plaat van The Kinks, raakte verslingerd aan de blanke blues van John Mayall. Veel platen kocht ik trouwens bij de platenwinkel Van Leest, dat destijds nog de wervende slagzin hanteerde: ‘Van Leest trekt het meest’.

‘Ik had al snel heel wat platen en zo’n harmonica koffer vol singles. Muziek kwam in vele vormen op mij af. Ik zag Armand optreden in Carlton te Eindhoven, draaide mijn plaatjes op mijn plastic pick-up en luisterde naar stations als Radio London en radio Luxemburg. Mijn vader zag met een toenemend afgrijzen wat voor een invloed al die woeste klanken op mij hadden. Hij hield van bigband- en trompetmuziek. Inderdaad, op zondag Maurice Andre en door de week Glenn Miller. Er gaapte al snel een gigantische kloof tussen ons.

‘Na verloop van tijd begon ik er net zo alternatief uit te zien als mijn toenmalige helden. Mijn haar werd langer, ik stapte rond op blauwe suède ‘bordeelsluipers’ – ongehoord destijds – en hulde mij in een bontjas. Mijn vader weigerde nog langer met mij in de stad gezien te worden. Ik liep er bij als een wijf, vond hij. Mijn antwoord was om op mijn kamertje Brown Shoes Don’t Make It van The Mothers Of Invention extra hard aan te zetten. Diens opgestoken vinger in de richting van de brave burgerij.’

‘Het verzamelen is eigenlijk heel geleidelijk begonnen. Op een bepaald moment ontdekte ik dat als je Stoned van de Rolling Stones wilde hebben, je een single moest kopen, want het stond destijds op geen enkele elpee. Ik vond de hoesjes van singles ook heel mooi. Ik kocht al snel veel bladen: Muziek Expres, Tuney Tunes, Hitweek en Aloha. Het verzamelen werd verder gestimuleerd door de platen die uitkwamen van The Kinks. Hun label PYE had een uniforme lay-out, dat het erg aantrekkelijk maakte om de reeks compleet te houden.

‘Eind jaren ’60 ging er echt een wereld voor mij open. Vooral dankzij die zogenaamde Canterbury scene; bands afkomstig uit dat deel van het Britse Kent, waaronder Caravan, Gong en vooral The Soft Machine. Van deze laatste band verzamel ik alles, nog steeds. Ook alles wat de individuele muzikanten sindsdien uitgespookt hebben, met name Robert Wyatt. Hij was de drummer van die band, maar raakte verlamd na een val uit een raam. Het is boeiend om te volgen wat voor persoonlijke en artistieke consequenties zo’n dramatische gebeurtenis heeft. In zijn geval: liedjes over liefde en politiek en een cover van The Monkees.

‘Ik heb mij afgevraagd waarom ik zo gefascineerd ben door een band als The Soft Machine. Het is het mysterie, denk ik. Ik hoor ook regelmatig muzikanten in zulke termen over die band spreken. De groep heeft iets ongrijpbaars. Er is veel muziek die je meteen door hebt. Daar is niets verkeerds mee, maar je bent snel klaar met zo’n band. De muziek van die bands uit Canterbury blijft me bezighouden. Ik krijg bijvoorbeeld niet echt vat op de teksten. Ik vraag mij dan wanhopig af of ik destijds op school niet goed genoeg heb opgelet. Of dat ik er simpelweg te dom voor ben. Hoe dan ook, ik denk dat je muziek die je nooit helemaal begrijpt kennelijk het best vindt.

‘Ik koos voor wat destijds ‘’underground’’ genoemd werd: Pink Floyd, Frank Zappa, maar ook een obscuurder artiest als Pete Brown en zijn band Battered Ornaments. Wat in de hitparade stond vond ik meestal niet interessant genoeg meer. Ik wilde artistieke statements horen. Of het nu een eindeloze gitaarsolo was op Diary Of A Band van John Mayall of het experiment op Ummagumma van Pink Floyd.’

‘Langzaam breidde mijn verzameling zich steeds verder uit. Ik maakte er een gewoonte van om op de hoezen te kijken wie de muzikanten, producers en gastmuzikanten waren. Die zetten mij vaak weer op het spoor van andere platen. Ik heb lang alles verzameld dat geproduceerd was door Bill Szymczyk, bekend van o.a. The James Gang, The Eagles, J. Geils Band, The Who en Al Kooper. Om diezelfde reden kocht ik zoveel mogelijk albums waarop drummer Jeff Porcaro, bekend van zijn eigen Toto, op meespeelde. Ik denk niet dat er iemand is die op zoveel platen heeft meegedaan. Of neem The Brecker Brothers. Het was ook de moeite waard om in de gaten te houden waar die allemaal op meededen. Ze hebben ooit met Herman Brood gewerkt, wat mij in de gelegenheid stelde om even een praatje te maken. Ik dacht dat die gasten gigantisch waren in Amerika en door managers aan klussen geholpen werden. Ze vertelden mij dat ze gewoon in New York in een kroeg zitten te wachten. Tot de telefoon rinkelt, ten teken dat ze ergens nodig zijn.

‘Ik ben behoorlijk trouw als het gaat om het kopen van platen. Ook slechte albums zeggen iets over een artiest. Dus heb ik Metal Machine Music van Lou Reed op de plank staan, ook al is het een kutplaat. Robert Wyatt – wil ik alles van hebben. Captain Beefheart laat ik ook nooit liggen. Het zijn toch vooral de oudere jongens, die werk van een constant niveau blijven afleveren. Zo’n rapper als Eminem zie ik na een paar platen toch inzakken tot een eenpersoonscircus, die het afzeggen van shows nodig heeft om in het nieuws te blijven. Ook Guns ’N Roses heb ik na twee platen opgegeven. Het wordt op den duur alleen nog maar een buitenkant. Ik heb daarentegen een groot zwak voor E en zijn band Eels. Die is niet te betrappen op een saai repertoire, dus ook hem blijf ik verzamelen. Ik heb sowieso ook de neiging om bands te verzamelen waar ik intensief mee gewerkt heb, zoals The Gun Club of The Pixies.’

‘Mensen die hier over de vloer komen vragen mij wel eens waar die drang tot verzamelen vandaan komt. Dat heeft in mijn geval diverse verklaringen. Ik vind het leuk om herinneringen te verversen. Om die reden heb ik al mijn jeugdboeken weer teruggekocht, zoals Arendsoog, Pim Pandoer en Piggelmee. Het is voor een groot deel ook nieuwsgierigheid. Door platen daadwerkelijk te bezitten, krijg je meer met de muziek. Je bouwt er een band mee op. Zoals ik je al vertelde verzamel ik ook niet vrijblijvend. Wat het ook zijn, postzegels of epauletten, ik wil er alles van weten. Verzamelen draagt bij aan begrip, dat weet ik zeker’.

‘Interesses hebben is volgens mij goed voor een mens. Wanneer iemand dat helemaal niet heeft, is daar vaak van alles mis mee. Jongeren die hun brein onvoldoende gebruiken, gaan ook rare streken uithalen. Willem Oltmans vertelde mij vaak dat hij moeite had met mensen die hun hersens niet gebruiken. Ik vond dat aanvankelijk wat snobistisch, maar ik begin steeds beter te begrijpen wat hij daarmee bedoelde. Tenslotte is verzamelen voor mij een zeer ontspannende bezigheid. Het kost veel tijd en geld, maar ik krijg er ook heel veel voor terug.

‘Het is voor mij dus ook geen last, al die spullen. Mijn vrouw ziet het als een onschuldige afwijking. Het hoort bij mijn leven. Dat is voor haar een voldoende rechtvaardiging. Dus kon die belachelijk dure extra vleugel aan het huis er komen, en mag het soms wat tijd kosten. Er wordt wel eens ingewikkeld over verzamelaars gedaan, zelfs Freud wordt erbij gehaald. Ik mankeer volgens mij niets, doe er niemand kwaad mee en ik kan het mij permitteren. Dus nee, ik hoef niet naar de dokter.’

Willem Venema koopt vooral in platenzaken en op platenbeurzen te kopen. eBay speelt wel een rol, zij het een bescheiden. Hij laat een kennis bieden op interessante items. Hij gebruikt daarnaast een gedetailleerde zoeklijst (een zgn.wantlist), met daarop vele honderden titels van singles, ep’s en elpees. ‘Het is een soort zelfbescherming’, legt hij uit. ‘Ik koop in principe wat ik nog op die lijst heb staan. Op die manier voorkom ik al te grote excessen.’

Hij vertelt vooral vinyl te kopen. ‘Ik ben niet iemand die dat om het geluid doet. Ik ken mensen die eindeloos kunnen praten over frequenties en dergelijke; die mij dan ook altijd adviseren om betere apparatuur te kopen. Ik heb steevast het gevoel dat die discussies gaan over toonhoogten waar jachthonden nauwelijks meer benul van hebben, dus ik laat die voor wat ze zijn.

‘Mijn gehoor is vanwege mijn werk bovendien beschadigd. Ik heb een telefoon en een concertoor. Net als veel collega’s in mijn branche. Het gevolg van veel concerten met een te hard geluid en de godganse dag aan de telefoon hangen. Ik ben niet doof, maar ik merk dat het onderscheiden van sommige geluiden onder bepaalde omstandigheden lastiger is. Dus nee, platen mogen beter klinken, maar voor mij geeft dat niet de doorslag.

‘Ik vind de elpee, ep en de single vooral mooie items om te verzamelen. Hoezen die je uit kunt vouwen en vellen met songteksten. Sommige hoezen zijn ware kunstwerkjes. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de derde plaat van Led Zeppelin en het debuut van Soft Machine, allebei met een ingebouwde draaischijf. Of aan die uitzinnige hoezen van de progband Quintessence. Als je ziet wat daar van overblijft wanneer het tot cd-formaat verschrompeld, schrik je. Bijna niets. Bovendien heb ik op mijn leeftijd een leesbril nodig om de boekjes nog te kunnen ontcijferen, wat ik behoorlijk irritant vind. Met elpees heb ik dat niet.

‘Het gaat ook om kleine irritaties. Als je met een paar man platen zit te luisteren geef je makkelijk een stapeltje platen door. De kletterende doosjes glippen altijd uit je vingers. Ze zijn ook kwetsbaar, die doosjes. Vooral cd’s die ik onderweg meeneem hebben veel te lijden. De doosjes raken gebutst en de tandjes die de cd moeten vasthouden raken los. Net het gebit van een oud mannetje. Rammelt zo’n cd los door het doosje. Nee, wie dat ontworpen heeft…

‘Hier is misschien de oude lul in mij aan het woord, maar sommige heruitgaven van platen op cd zorgen ook voor een heel rare ervaring. Cd’s van Zappa met nummers die veel langer doorgaan, dan dat ik ze kende van elpee. Aan Willie The Pimp, van zijn album Hot Rats, komt geen eind. Cd-versies van albums die ik vanuit mijn jeugd van voor naar achteren ken, wil ik nog steeds na twintig minuten omdraaien. Het lijkt of de luisterervaring van een cd, vaak al snel zestig minuten, te lang is.

‘Toch luister ik ambtshalve veel naar cd’s. Dat is een voor- en een nadeel van mijn werk. Ik krijg veel opgestuurd. Bandjes die ik zou kunnen boeken. Kandidaten voor festivals. Dat betekent dat ik regelmatig naar muziek zit te luisteren die ik normaal niet snel op zou zetten. Ik heb een bepaald ritueel ontwikkeld. Twee, drie cd’s die ik vanwege mijn werk moet checken, dan weer iets dat ik echt graag zelf wil beluisteren. Op die manier kan het luisteren naar muziek nog heel lang leuk blijven.’

Het toeval wil dat Willem Venema op de dag van onze ontmoeting het huis van zijn onlangs overleden moeder ontruimd heeft. In zijn huiskamer staan enkele verhuisdozen, waar boeken, albums en cd’s bovenuit steken. ‘Het is wel een relativerende ervaring om zoiets mee te maken’, knikt hij. ‘Deze dingen waren haar allemaal ongetwijfeld erg dierbaar, maar in sommige gevallen weet ik niet wat ik er mee moet. Wat zal ik doen met de foto’s waarvan ik geen idee heb wie daarop staan? Uiteindelijk zal ik denk alleen de foto’s bewaren waar mijn moeder op staat. Er zijn daarnaast veel boeken waarmee ik mij geen raad weet.

‘Natuurlijk zet me dat aan het denken over mijn dood en wat er met mijn verzamelingen zou moeten gebeuren. Dat gevoel kreeg ik ook bij de dood van Boudewijn Büch. Het gaat mij aan het hart om te zien hoe zo’n collectie uit elkaar spat. Ik zie het ook vaak op verzamelaarbeurzen: mensen die hun eigen verzameling verkopen, of die van een overleden familielid.

‘Ik moet er niet aan denken dat het later met mijn spullen gebeurt. Het vormt een eenheid. Moet mijn verzameling postzegels uit elkaar getrokken worden. Al die zegels weer uit die boeken? Geen denken aan. Mijn boeken en platen en alles wat ik verzameld heb, vormen een voetafdruk. Ze reflecteren wie ik ben en wat ik allemaal heb gedaan en meegemaakt. Ik snap dus ook dat sommige verzamelaars een museum beginnen, of alles onderbrengen in een stichting.

‘Ik weet nog niet waar ik de voorkeur aan geef. Het is jammer dat er geen betrouwbare instantie is die zich over dit soort collecties ontfermt. Waar het bij elkaar blijft en verzorgd wordt. Van elk boek wordt keurig een exemplaar bewaard door de Koninklijke Bibliotheek. Cd’s en elpees zijn daar kennelijk niet interessant genoeg voor. Onbegrijpelijk. Nu ja, dat is in elk geval een goede reden om voorlopig te blijven leven en goed voor alles te zorgen

‘Tja, en mocht het moment dan toch komen: veel muziek! Het is zo’n groot deel van mijn leven geweest, dat dit luid en duidelijk bij mijn begrafenis voor het voetlicht moet komen. Wat voor nummers? Mijn lijstje wisselt nogal eens van samenstelling. In elk geval iets van de soundtrack van Memo From Turner. Nee, niet dat nummer door Mick Jagger, maar een stuk waarin Marsha Hunt te horen is. Het moet in elk geval goede muziek zijn. Het is niet mijn intentie om de aanwezigen op de valreep de tent uit te jagen, maar ik moet het zelf ook goed vinden. Om die reden zal ik ook postuum de regie stevig in handen hebben. Ik wil niet rondtollen in mijn kist omdat er een vreselijk nummer gedraaid wordt.’

vinylfanaten

Uit: “Vinylfanaten” door Robert Haagsma, uitgave Spectrum, 2006 ISBN 90-274-2774-7

pagina 183 t/m 192 (na eigen correctie)

Ik kan de lezers van mijn weblog dit boek van harte aanbevelen