INTERESSANT!


21.Aug.2018 06:57

FILATELIE

juni 4th, 2007

filatelie (v.)[<Fr.philatélie], 1 (veroud.) kennis van het postzegelwezen of van bep. aspecten daarvan; 2 liefhebberij voor -, het verzamelen van postzegels.

Over de definitie van het woord filatelie op pagina 841 van van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal (12e herz. druk) uit 1992 valt best een en ander op te merken.

Ten eerste natuurlijk over de herkomst van het woord.
Er staat dan wel in het woordenboek een verwijzing naar het Franse woord, maar het woord zelf is weer samengesteld uit de Griekse woorden philos (=vriend) en ateleia (= vrijstelling van belasting). Het woord is gevormd naar aanleiding van het feit dat de postzegel de ontvanger van een brief ontheft van de plicht om de kosten te betalen.
Wist U dat?

Ten tweede dat elk woord dat met ph begon iets deftigs heeft. Ergens einde vorige eeuw heeft iemand bedacht dat dat wel even door een f vervangen kon worden. En misschien is daarom (en toen) wel de tanende belangstelling voor de postzegel in Nederland begonnen.
Ik heb mij laten wijsmaken dat er nauwelijks andere interessante talen zijn die het woord philatelie in filatelie hebben gewijzigd. En om de een of andere taalunie-technische of koloniale reden heeft België zich jammer genoeg ook in deze gekkigheid geschikt. Maar vooruit, we zijn geen Gandhi.

In een interessant betogend artikel, te vinden op het internet, schrijft filatelie-expert en columnist Bate Hylkema uit Beesterzwaag o.a. het navolgende over de ‘Oorzaken van tanende belangstelling voor de postzegel in Nederland’:

“Het gebruik van postzegels op poststukken van de overheid en het bedrijfsleven behoort al jaren tot het verleden. Particulieren zijn de enigen die de postzegel nog functioneel als frankeermiddel gebruiken. Overigens vervangt internet steeds meer het briefschrijven van de particulier! Ongeveer vijf procent van de totale poststroom in Nederland bezit voor de frankering nog maar een postzegel.

Vanaf 1980, toen speculanten de winstgevendheid van de aankoop van nieuwe postzegels in grote hoeveelheden niet meer zagen zitten, zakten de catalogusprijzen. Na 1990 begint de vergrijzing toe te slaan in de filatelie: door ouderdom en overlijden neemt het aantal verzamelaars voortdurend af. De verhouding van vraag-en-aanbod wordt ook daarmee verstoord. De achteruitgang van de belangstelling in de filatelie wordt niet door jongeren gecompenseerd. Sport, computer en vele andere vrije tijdsbestedingen staan bij hen aanmerkelijk hoger genoteerd dan de filatelie.

De efficiëntieslag van de geprivatiseerde en beursgenoteerde TPG Post is ook niet bevorderlijk voor de filatelie geweest. Veroorzakers?

[1] Sterke vermindering van het aantal postkantoren met verkoop van een grote verscheidenheid aan postzegels,

[2] verkooppunten in winkelcentra met een beperkt postzegelaanbod,

[3] zegelverkoop in velletjesuitvoering i.p.v. losse postzegelverkoop,

[4] gecentraliseerde postzegelverkoop via het TPG Post-verzendhuis ‘Collect Club’ in Groningen. Abonnementen worden helaas per halfjaar afgeleverd!

De komst van de euro in combinatie met de uitgifte van een omvangrijk aantal postzegels per jaar maakt de filatelie al maar duurder. Bovendien hebben de gevolgen van de efficiëntieslag van het postbedrijf de prijzen van nieuwe postzegels ook doen toenemen. Het financiële aspect van de filatelie komt bij een kwakkelende economie van de laatste jaren dus steeds meer onder druk te staan met alle negatieve gevolgen van dien.

Uit bovenstaande schets blijkt overduidelijk dat de postzegel in de loop der jaren steeds meer buiten de belevings- en waarnemingwereld van de Nederlandse burger terecht is gekomen. De afstand tussen postzegel en publiek bestaat niet alleen door verminderd functioneel postzegelgebruik, maar ook (en dit geldt alleen voor de verzamelaar/filatelist) door de verkoopplaats. Slechts in 80 postkantoren (én bij de Collect Club in Groningen) zijn alle gangbare postzegel maar te koop.

Hiermee en hierdoor dreigde de postzegel steeds meer overeen te komen met (in vroeger tijd veel verzamelde) sigarenbandje, sinaasappelwikkel en suikerzakje. Het verzamelobject ‘postzegel’ dreigde door zichtbaar functieverlies als een anachronistisch voorwerp geheel zijn uitstraling, aantrekkingskracht en charme te verliezen. Gelukkig, om één minuut voor twaalven laat TPG Post het tij keren. De postzegel komt weer zichtbaar terug op kaart en brief!

Tot slot. Voor het buitenland geldt de verminderde belangstelling voor de postzegel in het geheel niet. Sinds kort zijn de posterijen daar met de efficiëntieslag begonnen. Gemiddeld ziet de Nederlander nu 1½ postzegel op tien poststukken, in het buitenland bevinden zich daarentegen nog 7 tot 8 postzegels op tien poststukken! “

“En daarom mijn weblog bijdrage: Het tij dient gekeerd te worden!
Het mooie van deze cultuur, voor de moderne mensch misschien merkwaardige, rare, zinloze hobby dient beter uitgedragen te worden, en dat kan door te verhalen en door uit te leggen. En het is eigenlijk net als met (pop)muziek, door er iets interessants over te schrijven kan het ‘bijdragen tot’.
Je mag ook gerust schrijven ‘evangeliseren’. Hoe dan ook het verdient beter.
Je hoeft niet perse zelf Carola van BZN (binnenkort op postzegel) af te likken en op bzn
te plakken dus. Bovendien is dat likken grotendeels ook al van overheidswegen afgeschaft middels het invoeren van de zogenaamde zelfklevende zegel, maar over die vermaledijde maatregel later wellicht meer.
Uiteraard komt daar nog het inflatoire ompolen van TPG naar TNT bovenop. Het logo van TNT –ondanks de zogenaamd charmante toevoeging van dat gestileerde kroontje-, verraadt een lomp en hoog niveau horkendom. Schaamt niemand zich dan meer ergens voor?
En de in het artikel genoemde ‘Collect Club’ komt zeker nog aan de beurt, want die staat niet voor niks bij de ‘Veroorzakers’.

Maar laten we eerst weer even de draad oppikken waar Robert Haagsma, de schrijver van het boek Vinylfanaten (zie elders in mijn weblog) U wellicht en hopelijk ook nieuwsgierig maakte:

“Hangzakjes. Toen ik daar dankzij Willem Venema voor het eerst van hoorde moest ik onwillekeurig aan een akelige lichamelijke aandoening denken. Tijdens een gezamenlijke autorit – hoe toepasselijk! – naar de verzamelaars- en platenbeurs in Utrecht legt hij minutieus uit dat dit een soort mapjes waren waarin PTT Post in de jaren ’90 postzegels verkocht. Vanwege allerlei praktische problemen werd het geen succes en ze zijn inmiddels uit de handel genomen. Ze worden sindsdien fanatiek verzameld, al wordt in de kringen der filatelie nog altijd hevig gediscussieerd of het hangzakje wel of niet een waardig verzamelaarobject is.

(…)

Opvallend is inderdaad de orde die heerst in het verzamelaardomein van Willem Venema. De platen staan keurig op alfabetische volgorde. Zowel de singles als elpees en cd’s. Naar eigen schatting zo’n 30.000 exemplaren. Alles staat bovendien in de computer. Net als de titels die hij nog zoekt. De tijdschriften zitten in degelijke cassettes, de postzegels in de speciaal ervoor gemaakte boeken en veel parafernalia ligt zeer decoratief uitgestald in vitrinekasten.

(…)

Het vergaren van spullen zit hem in het bloed, vertelt Willem Venema. In zijn familie werd al druk verzameld. Een oom had bijvoorbeeld een enorme collectie postzegels. De piepjonge Willem Venema zelf stort zich aanvankelijk op dinky toys en knikkers. Postzegels kwamen daar al snel bij. ‘Verzamelen is voor mij altijd veel meer geweest dan een hoop spullen bij elkaar harken’, legt hij uit.

(…)

‘Het is voor mij alleen interessant wanneer er een verhaal aan vast zit dat ik helemaal uit kan diepen. Postzegels spraken mij om die reden al heel snel aan. Op de plaatjes kon je heel goed de politieke situaties in landen aflezen. Wie was er aan de macht en wie was er in ongenade gevallen? Landen probeerden zichzelf ook vaak een beetje te verkopen via de postzegels. Russische zegels deden in geuren en kleuren verslag van de nationale successen op het gebied van de ruimtevaart. Als jongen vond ik het geweldig om daar op die manier kennis van te nemen. Ik beperk me daarom ook hoofdzakelijk tot het verzamelen van spullen die iets zeggen over de tijd die ik zelf bewust heb meegemaakt. Van 1952 tot heden dus. “

Even terug naar die oom. Die verre oom werkte –dacht ik- als violist bij het Omroep Orkest in Hilversum, en was een merkwaardige mafkees met een rare tik die hij via Westerbork in Dachau had opgelopen.

hakenkruis watermerk uit postzegelcatalogus

Begrijpelijk dat ie mijn collectie Deutsches Reich (1872-1944/45) niet helemaal top vond.

Ik vond die man met dat snorretje daarentegen bijster interessant en fascinerend en wilde er alles van weten, inclusief het opsporen van het in het papier aangebrachte watermerk met hakenkruis (vanaf 1933). Bedenk daarbij dat we praten over eind jaren vijftig en dat op zondagmiddag in elk gezin nog wel over ‘de oorlog’ gepraat werd. Als je je bord niet helemaal leeg had gegeten werd er al gerefereerd aan het gebrek aan voedsel in ‘de oorlog’. Dat moest wat geweest zijn, die oorlog. En allemaal terug te voeren naar die man met dat rare kapsel en dat snorretje. Dit was overigens weer de aanleiding tot het verzamelen van alles wat daar weer mee te maken had inclusief een originele versie van het verboden boek ‘Mein Kampf’. Voor de generatie van vlak na de oorlog, ik werd 7 jaar na de oorlog geboren, blijft die oorlog een bizar interessant gegeven waar je niet genoeg over kunt te weten komen; wat dat betreft begrijp ik Jules Deelder helemaal.

Zegels van Deutschlands Verderber

1942 Stichtiefdruck Nooit uitgekomen

De oom in kwestie, Ome Sjaak, verzamelde Nederland (een collectie die ik nooit te zien kreeg om vage redenen) en, ‘omdat ie nogal eens ergens anders kwam’, Finland. Hoe kom je er bij? Hij maakte mij wijs dat het een ‘makkelijk’ land was, ook voor ‘de man met de kleine portemonnee’. Wie was dat nou weer?

Je portemonnee omkeren op de toonbank en postzegels ‘kopen’ in een postzegelwinkel had ik nog nooit gedaan. De winkel van de gebroeders de Wit (twee broers in de volksmond vereenvoudigd tot ‘Jood De Wit’, die ‘het kamp’ hadden overleefd) op de Demer in mijn geboortestad, kende ik dan ook alleen maar van de buitenkant. Een piepklein, net winkeltje, waar je net je kont kon keren, met een bescheiden etalage. De gebroeders met de uitstraling van diamantairs hadden altijd een net blauw driedelig kostuum aan, met naast een zilveren vulpotlood meerdere pincetten in de pochet.

uitgematcht bloedsaai grafisch hoogstandje In die tijd –begin jaren 60- was verzamelen van postzegels voor de jeugd absoluut niet kopen; wel krijgen en ruilen. Daarom had je als kind nauwelijks ongebruikte zegels (postfris in de filatelie), behalve zegels die je ouders niet hadden opgebruikt, dus van dezelfde frankeerzegel van 1 of 2 cent (een grafisch hoogstandje, maar bloedsaai), hoogstens een bruine Juliana van een duppie, of een overgebleven kinderzegel die niet meer matchte met het geldende frankeertarief.

Je maakte zelf een album van een schoolschrift. Bij hoge uitzondering stond er een ‘postzegelalbum’ op je verlanglijstje voor Sinterklaas of de verjaardag, maar dan moest je er wel heel veel van dat land hebben. Gekker nog, de meeste klasgenoten hadden een schrift met ‘De Hele Wereld’.
De wereld was toen niet veel kleiner dan nu, maar er waren veel minder zegels natuurlijk. En het verzamelen van de hele wereld was geen illusie maar een realistisch streven. Dat je ‘de wereld’ ooit compleet zou krijgen in je schrift of desnoods album was geen belachelijk issue en zeker niet naïef.

Elke verzamelde zegel kwam in principe van een brief of poststuk. ‘Gebruikt’ of ‘gestempeld’ dus (used in vaktermen). Van een envelop of pakje afgeknipt of gescheurd (met als risico dat ze beschadigd, dus waardeloos, waren).
Vervolgens diende de zegel(s) afgeweekt te worden.
Opscheppers pochten met hun gevaarlijke kunstje waarbij ze de zegels boven de hete fluitketellucht er afstoomden. Probeer dat maar eens met je blote vingers!

Laatst had ik de Rotterdamse voormalig NL-impresario Hugo Boudestijn op visite die na jaren de hobby weer op wilde pakken. Hij vroeg mij hoe ik die zegels toch zo snel in grote hoeveelheden afgeweekt kreeg. Hij deed dat namelijk zo’n beetje 1 voor 1, en ging ze dan met de haardroger van zijn vrouw te lijf. Om ze weer ‘recht’ te krijgen stopte ie vervolgens een hele partij in een aflevering van een ‘zwaar’ boek, bij voorkeur een encyclopedie.
In een halve avond had ik hem ‘mijn truc’ in de praktijk uitgelegd:
Eerst een beetje op formaat of land sorteren. Vervolgens zegels op gekleurd postpapier apart leggen, want als het papier gaat afgeven op de zegel dan kun je de zegel wegpleuren; vergelijkbaar met witte onderbroeken in de gekleurde was meewassen.
ovenschaal voldoetDan alle zegels op z’n kop in een bak water met een temperatuur van ongeveer 40 graden (gewoon heet uit de kraan, niks koken, maar ook niet te heet natuurlijk). Een glazen ovenschaal waarin je een lasagne maakt voldoet prima. Effe laten weken, met een postzegelpincet de zegel er af halen; niet forceren, hij moet er vanzelf afkomen. Dan met de afbeelding tegen de binnenrand van de glazenbak plakken. Effe laten afdruipen, en vervolgens op z’n kop -nog steeds dus de plakkant naar boven- op een keukenrol verder laten drogen. Per keukenrolvel onder een warme bureaulamp zetten verminderd de tijd om te drogen, maar de zegels gaan wel wat meer krullen.
Als de handel droog is, dan gaan de zegels in een stevig postzegelsteekboek. Na verloop van tijd zijn ze vanzelf weer recht geworden.
Makkelijk zat.

Minder leuk is de moderniteit van de zelfklevende zegel. Deze categorie is soms niet goed af te weken en laat soms plakkende rolletjes achter die doen denken aan lastige neuspeuters. Ik ben van mening dat zelf likken of desnoods gebruik maken van een sponsje (zo’n groen rubberen PTT doosje met oranje sponsje overgoten met een weinig water) helemaal niet afgeschaft dient te worden.
De zelfklevende zegel kan beschouwd worden als een veramerikanisering van onze eigen filatelistische cultuur, je reinste imperialisme. In Amerika is die ellende begonnen en de Anglo-Saksische landen hebben die gekkigheid gretig gekopieerd. En het is nu helemaal uit de hand gelopen, vooral omdat het afweken een crime, dan wel een regelrechte ramp, dan wel onmogelijk is bij bepaalde lijmsoorten (gom).
Ik ken verzamelaars –met name onder de categorie verzamelaars van gebruikte zegels- die onder andere daarom, heel begrijpelijk -en niet alleen uit maatschappelijkcultureel protest- hun collectie Nederland bij het jaar 2000 hebben gestaakt!
Een heel duidelijk probleem doet zich voor bij het verzamelen van gestempelde velletjes zelfklevende zegels. Dat wordt per definitie bijna altijd een onbegonnen werk of een zooitje.
inflatoir semi-geprivatiseerd monopolie Op deze manier drijft de semi-geprivatiseerde overheid (lees: TNT) onder het excuus en motto van het bedreigde en verloren gaan van het monopolie, de filatelist behalve tot razernij, op hoge kosten want de eenvoudigste oplossing is natuurlijk overschakelen naar ‘postfris’, maar dat betekent ‘nominaal’ kopen, gewoon op het postkantoor, als dat kantoor al kan leveren. Waarover later wellicht ook nog meer gekanker mijnerzijds.

Krijgen of ruilen is anno 2007 natuurlijk niet zo makkelijk meer als in de jaren 50 of 60. Zeker niet als onze ware zegelcultuur om zeep geholpen wordt (zie hierboven dus).

Ruilen of krijgen kan natuurlijk niet zonder direct contact met de medemensch. Herinvoering of promotie van deze vorm contact is niet perse kneuterig. Het is een gezonde remedie voor de makke van doorgeschoten individualisering, veelal weet men niet eens wie er naast je woont.
Ook daarom zou de overheid deze nieuwe roep om kneuterigheid moeten promoten opdat men weer face to face contact met de medemensch krijgt. Er zijn natuurlijk meer hobby’s te verzinnen die zich voor deze maatschappelijke gemeenschapszin en therapie lenen.
Dit is niet perse een kwestie van jong of oud, ofschoon het evangelie niet vroeg genoeg met de paplepel kan worden ingegoten.

The Black Penny en DDR jubileumzegelNou was ruilen of krijgen eigenlijk altijd al onvoldoende om de filatelistische hobby tot een succes te maken, daarom kwamen er al na korte tijd na de introductie van de postzegel (rond 1840) winkels waar (vooral gebruikte) zegels gekocht konden worden. Meer en meer werden aldaar ook ongebruikte zegels aangeboden. Ruilhandel gebeurde meer in ge- en ongeorganiseerd clubverband. De winkels gevormd door beroepshandelaren boomden rond de eeuwwisseling. Daarnaast ontwikkelde zich een professioneel beurs- en veilingwezen, maar dat is nooit iets voor het grote verzamelaarpubliek geweest, op de Amphilex na. Deze jaarlijkse megatentoonstelling waar het gaat om het bekijken, meer het tentoonstellingsaspect dus (in 1978 nog 100000 bezoekers), daar is het kopen van zegels van een heel andere orde.

De teloorgang van de beroepshandel in de zogenaamde postzegelwinkels is vergelijkbaar met de neergang van de platenwinkel(tje)s, warme bakkers en andere door de tijd of groothandel achterhaalde kleine neringdoenden.
Maar net als in de platenhandel (en vooral in vinylhandel) kunnen specialisten zich redelijk redden en overeind blijven als ze zich verbijzonderen.
Komt nog bij dat zich een nieuw fenomeen voor deze handel aandient: de nieuwe grijze massa. Vergelijkbaar met wat men in Amerika ‘de grijze horde’ noemt, die hun vertrouwde vaste stek verpatsen, hun pensioen omzetten in mobile motorhomes en door the country moven alsof ze Easy Rider nog een keer zelf over willen doen.
Volgens mijn vriend Jan Smeets (62) -ja, die van Pinkpop- komen er volgend jaar 2,5 miljoen pensionades bij, waaronder veel ‘oudere jongeren’ die tijd zat hebben voor nostalgie en het oppakken van oude hobby’s. Daarom acht hij de tijd ultiem rijp voor een Pinkpop Classic.
de droom van Jan SmeetsOverigens heeft diezelfde festivalorganisator jarenlang tevergeefs getracht de PTT en later de TPG te overtuigen van een gelegenheidszegel met als onderwerp Pinkpop. Hij werd jarenlang met een ongelofelijke kutsmoesje afgescheept door een commissie met Dr. Drs. Prof. Zus en Me Zo, terwijl het eerste festival van Jan (nota bene Ridder in de Orde van etc) zijn Belgische rivaal automatisch een eigen zegel kreeg, weliswaar een lelijke zegel voor Belgische begrippen, maar de Torhout-Werchter zegel is een historisch feit.

De verkoop van aanbiedingspartijen originele LENCO draaitafels (weliswaar met USB aansluiting) bij de Macro levert steevast na 1,5 uur nationaal het bordje ‘uitverkocht’ op. Gek toch, in een tijd waar de industrie maar blijft roepen dat het allemaal over is.
Natuurlijk wordt die handel niet alleen aan 55 tot 58+ers verkocht, maar ik ken een toevallig wel erg veel oudere jongeren die hun plaatjes weer oppoetsen. Waarom?
Platenbeurzen waar kilometers vinyl (en cd’s) voor veel geld van eigenaar verwisselen, boomen. Nederland kent nota bene de grootste beurs (2x) per jaar, de ARC Beurs in Utrecht (zie ook website www.thealternative.nl).

Toen mijn moeder ruim een jaar geleden overleed, kreeg ik een vrachtwagen met shit om uit te zoeken.
Tussen die shit ook mijn eigen jeugd. Mijn postzegels, albums vol. Mijn moeder had de wacht gehouden, op de boedel gepast en de zaak een beetje proberen bij te benen van haar pensioentje en af en toe een financiële bijdrage van mijn zijde.
De keuze was niks doen, opslaan.
Of de hele handel van de hand doen, dumpen, verpatsen.
Of opnieuw instappen, met als consequentie de hobby oppikken.
Ik koos voor het laatste, omdat verpatsen toch een stukje van jezelf de-deur-uitdoen betekende in de praktijk.
Ik concludeerde dat ik omwegen ruimtegebrek moest kiezen en saneren.
Een kwestie van deductie en inductie in filosofische zin. Ik besloot om de nucleus te handhaven waar ik eens in ver verleden om welke reden dan ook voor had gekozen, te behouden en serieus te restaureren en te completeren, voor zover realistisch en mogelijk.

Zo gingen hele koninkrijken de deur uit. Engeland en koloniën gingen een ongewisse toekomst tegemoet bij de postzegelhandelaar in de bak ‘koopjes’. Eenzelfde lot was Frankrijk en China beschoren.
Rusland bleef behouden.
Tevens besloot ik om dat verfoeide Teutonië toch eens goed aan te pakken, en dan hebben we het over Deutches Reich, Bundesrepublik Deutschland en Vereinigt Deutschland; not forgetting het interessante interbellum en vacuüm 1945-1948/49, waarin Hitlers’ droom versplinterde in een filatelistische jigsaw inclusief de diverse Allierte Besetzungszones (en die soms weer opgedeeld in Baden, Rheinland-Pfalz etc. etc.) en natuurlijk het ontstaan van de enclave (West-)Berlijn. Allemaal toch nog steeds qua emissies interessant, maar kwantitatief in het niet vallend bij Deutsche Demokratische Republik, aanvankelijk onder het bannier van Russische Besatzungszone met wat stijve, formele zegeltjes met zwarte inktoverdrukken, dan wat pastorale tafereeltjes naar aanleiding van de Leipziger Messe, maar al snel een exotisch domein van socialistische pathos, bombariezegels met rode vlaggen, Marx en militaire parades, inclusief een (nu) prijzige Mao-serie. Kortom een filatelistisch exposé over de socialistische heilstaat, waar de bijna altijd felrealistisch vormgegeven lofzang op de boerenstand, de militaire elite, arbeiders en buitenlui het permanente thema was. De jaarlijks terugkerende aubades op het industriële arbeidsparadijs, de Volksarmee en het reilen en zeilen van dr. Ulbricht werden op den duur, vooral na 1953 steeds bloedelozer, terwijl de zegels zelf steeds belachelijker, volumineuzer en kleurrijker werden.
 de vermaarde Mao zegels felrealistische Marxistische bombarie
In de jaren zestig regelrechte propaganda voor het Russische ruimtevaartprogramma en in de jaren zeventig Vietnam retoriek in moderne felle kleuren waar zelfs Warhol schele koppijn van zou hebben gekregen.

schele koppijn van de Wostok 2Unbesiegbares Vietnam

Russische Weltraumhunde ‘Belka’ und ‘Strelka’

Bedenk daarbij dat tevens het aantal emissies gigantisch toenam, dan kan je nauwelijks aan de conclusie ontsnappen dat er nog iets anders achter moest steken. Er werden –van overheidswegen- ridicule hoeveelheden zegeltjes gedrukt als ware er nooit een papierschaarste geweest en als ware alle Aussies dagelijks enorme brievenschrijvers met een gigantische, dagelijkse post portokosten. In het echt betreft het hier een vorm van georganiseerde staatsfilatelie. Neveninkomsten ten behoeve van de staatskas uit de verkoop van postzegels. De staat stempelde zelfs de zegels ongebruikt af voor de export. Een enorme handel, die aanvankelijk floreerde als een tiet en die later door ministaatjes in Afrika werd gekopieerd met emissies van zegels met Donald Duck, The Beatles en zelf onze eigen Prins Pils met zijn Maxima nog voor dat wij zelf aan de beurt waren.
De wereld was vergeven met zegels uit de DDR. Door deze enorme inflatie werd het een voor verzamelaars relatief goedkoop te verzamelen land. De duurste items zijn dan ook die items waar er meestal per ongeluk te weinig van werden gemaakt of merkwaardige items als Dienstzegels gedrukt op van een zeldzaam watermerk voorzien papier. groot en lelijkPopie Jopie JP II

Een leuke bijkomstigheid van het verzamelen van dit rare land is het feit dat het een eindige verzameling is, met een duidelijke kop en een enumeratieve staart. In 1990 hield het gewoon op. En het is interessant om te zien dat zelfs de paus in 1990 nog een eigen zegel te beurt viel in dit toch behoorlijk communistische land, waar de partij niet zo veel op had met de kerk. Na vier wat eigenaardige space zegels (Kongress der Internationalen Astronautische Foederation; hoe verzin je ‘t?) volgde nog twee oersaaie zegels van Heinrich Schliemann (what the fuck), en toen was het aus, ueber und schliessen.
Met een merkwaardige weemoed kan teruggebladerd worden in Davo DDR I tot V, en met 3365 genummerde zegels van 1945 tot 1990 betreft het hier een verzameling die behalve veel bekijks, nog veel minder kost dan bijvoorbeeld Finland.

Oost & West Teutonië

Mijn interessegebied omvat ook ons eigen koninkrijk, maar ik moet daarbij bekennen dat ik nimmer interesse heb kunnen opbrengen voor onze Overzeese Gebiedsdelen, toen niet en nu nog niet. Het koninkrijk der Nederlanden is een apart hoofdstuk waard met alle filatelistische uitstapjes, breek me de bek niet open (zie Vinylfanaten). Ik ben totaal geen nationalist maar die twee gouden leeuwen met die grote leeuw in een ultramarijn vlak tussen zich in met daaronder het onovertroffen ‘Je Maintiendrai’ doet me toch meer dan het aanzienlijk vernuftigere staatslogo van de DDR of die (weliswaar) grotere, gouden Belgische Leeuw met dat rare rode tongetje.
België en de Verenigde Staten van Amerika hebben de grote sanering ook overleeft.
En daar houd ik ’t op: mooi zat. Toch nog een hele kast vol.

Vergelijkbaar met de Nederlandse Vereniging van Grammofoonplaten Detailhandelaren (NVGD), kent de postzegelhandel in Nederland als sinds 1928 ook een vereniging van gecertificeerde handelaren, de Nederlandse Vereniging van Postzegel Handelaren (N.V.P.H.; denk aan de puntjes). Dat waren er in ieder geval zoveel dat de catalogus niet groot genoeg was om ze daar in op te nemen. Daar zijn er anno 2007 nog zo’n 200 van over.
De afgelopen jaren heb ik als ik ergens in een stad een concert had, geprobeerd die winkels uit de catalogus af te sjouwen.
De N.V.P.H. heeft ook een eigen blad en daar trof ik in 2006 een artikel aan over een winkeltje in Rotterdam dat mijn aandacht trok om twee redenen.

Ten eerste had ik vanuit mijn uitvalsbasis Kralingen denkbeeldige cirkels getrokken en alle aanwezige postzegelwinkels in en rondom Rotterdam in kaart gebracht en bezocht. Met een persoonlijke wantlist in de hand, was ik er al snel achter dat ik een paar bijzondere en dus moeilijke deelgebieden had gekozen (zie inleiding Vinylfanaten bij weblog ‘alles’).
De meeste weliswaar gecertificeerde winkeliers keken mij eigenlijk de winkel uit.
Ik voelde me regelmatig een platenverzamelaar die een bijzondere persing probeert te krijgen bij V&D, of een dom filiaal van de Free Recordshop met achter de toonbank veelal een gezicht waar de onkunde op voorhand reeds van af straalde.
Ook kwam ik er achter dat een aantal postzegelwinkels bestiert werden door ‘characters’, to say the least. Bijzondere mafkezen met geheel eigen werktijden, sluitingstijden, eigenaardigheden en vooral dooddoeners als ‘heb ik gehad, maar dat was geen handel’, ‘ik kan het bestellen, maar het kan even duren’ en nog veel meer rietkluitjes waar ik geen fuck mee kon natuurlijk.

Ten tweede was ik op deze strooptochten ook regelmatig de Nieuwe Binnenweg doorgereden, en had ik een onooglijk winkeltje gezien, waarvan ik dacht dat het altijd gesloten was.
Zo zag het er althans uit of ik kwam er op het verkeerde tijdstip langs.
In diezelfde straat, op dezelfde hoogte, had ik een paar keer bij de toenmalige programmeur van Het Paard van Troje de huiskamer Popquiz van Swie Tio meegespeeld. Harry-Jan Bus had een appartement waar, als je het raam uitkeek, een goed zicht had op dat toentertijd licht criminele stuk van de Nieuwe Binnenweg.
Tenminste twee keer waren de quizdeelnemers getuigen van een heusche schietpartij op straat waar de kogels om je oren vlogen.
Niet echt een straat voor nota bene een postzegelhandel, toch?
Op 8 februari 2002 publiceerde de NRC een stukje over de kwijnende postzegelhandel op de zaterdagmarkt in Rotterdam:

(….) “De ‘vaste’ postzegelwinkel is volgens Johan de Ruiter (20) aan het verdwijnen. De huurlasten zijn nog amper op te brengen en steeds meer mensen bestellen vanuit huis via formulieren of de pc. Een van de weinige klassieke zaken in Nederland waar nog insteekboeken staan van alle landen is Medo aan de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam. Het is tussen de shoarma-tenten en Surinaamse broodjeszaken een absurde locatie. Eigenaar Jaap ten Hoorn, die de zaak tien jaar gelden overnam, draait naar eigen zeggen een omzet van een half miljoen gulden per jaar. “En dan krijgt elke klant die in de zaak komt ook nog koffie, want het is hier echt een sociaal gebeuren.” Hij staat gebogen over een serie poezen uit Paraguay, een ‘moeilijk land om aan te komen’. De meeste bestellingen krijgt hij binnen per e-mail. Achter in de zaak zit zijn vader met twee medewerkers grote veilingcollecties ‘in te sorteren’ in de insteekboeken. Jaap: “De meeste van mijn klanten ken ik persoonlijk. Je bouwt iets met ze op. Tijdens het filmfestival komt hier altijd een Journalist uit België de filmpostzegels ophalen die ik dat jaar voor hem apart heb gehouden. Een manager van Siemens wil alle uitgaven wereldwijd uit 1980 hebben.”
Jeugd ziet hij niet. “Wat wil je? De gsm en de pc zijn toch veel interessanter?”

Op een dag toen ik weer eens zeer gefrustreerd bij een niet nader te noemen postzegelhandel kwaad naar buiten gerend was, besliste ik toch eens bij dat zaakje naar binnen te stappen.
Parkeren is ondanks de gebruikelijke drukte niet echt een probleem gebleken op dat stukje van de Nieuwe Binnenweg; dit allemaal in tegenstelling tot de binnenstad. Je moet weliswaar betalen, maar die vorm van oneigenlijke wegenbelastingheffing is des PvdA’s en alom te Rotterdam ingevoerd om het leger van werkelozen in te kunnen zetten ter controle. Je moet dus oppassen dat je tijdig de meter vult, vooral niet je parkeerbonnetje op z’n kop plaatsen want de gemiddelde controleur kan maar op 1 manier bonnetjes lezen…
Maar met een Parkline kaart is dat probleem opgelost, en kun je zo’n kuttenkop (schrijf je tegenwoordig met een ‘n’ ertussen; ooit iemand met meer dan 1 kut gezien?) namaak politieman duidelijk maken dat je wel degelijk tijdig betaald hebt: “Kiek an lul!” (en dan heb je dus toch nog sneller dan vroeger alsnog een boete te pakken wegens het beledigen van een ambtenaar in functie).

 Nieuwe Binnenweg no.255 bij mooi weer  Nieuwe Binnenweg no.255 bij mooi weer

De winkel aan de Nieuwe Binnenweg nummer 255 in Oud-West Rotterdam heet FA. MEDO, was een begrip en heette ook al zo voordat de huidige postzegelhandelaar –aanvankelijk met compagnons- Jaap ten Hoorn (46), een voornamelijk spontane, en bijna altijd goedgemutste ondernemer uit Leiden uiteindelijk in 1995 eigenaar werd.
De naam is (waarschijnlijk) een samentrekking van twee firmanten Mechelen en Van Dongen, maar hoe ’t nu precies zat weet Jaap ook niet precies, want Van Dongen is al heel erg lang geleden, waarschijnlijk van voor 1968.

FA MEDO postduivenfamilie woont ook boven de winkel

lichtreclameAan de voorgevel hangt een lichtreclameuithangbord met het bekende Escher logo van de firma DAVO ALBUMS uit Deventer en daaronder die vier letters (m e d o) alsof ze erbij horen.
Uitgeverij Davo maakt al sinds 1945 postzegelalbums met een uitgave programma van meer dan 60 landen en gebieden. Ik ben van mening dat die uitgaven en eigenlijk het complete assortiment producten iets van nationale trots en degelijkheid uitstralen; met name de albums, deftig met goud op snitsteevast in deftig Pruisisch blauw uitgevoerd inclusief goud op snit rugaanduidingen, compleet met harde insteekbewaarcassette hebben absoluut iets sjieks, iets koninklijks.

 Escher logo van uitgeverij Davo
Hetzelfde geldt trouwens voor de muntalbums.

Hoe dan ook, ik ben een groot fan van deze uitgeverij en koop never andere merkalbums. Bovendien ‘koop ’s Neerlands waar, dan helpen wij elkaar’, niet waar? Het is eigenlijk een beetje net als met het verschil tussen de Beatles en de Stones. Je bent Davo of (bijvoorbeeld) Importa; je hebt types die daarbij zweren omdat die een mooiere kleur en kwaliteit witpapier gebruikt; maar dat vind ik dus niet. Wel wil ik toegeven dat ik de kaft van de standaard Davo albums mooier vond dan de huidige wat plastiker aandoende, maar een kniesoor die daar over blijft zeuren. Bovendien is Davo niet onsympathiek geprijsd. Boze tongen beweren dat men die prijzen kon handhaven door een stuk productie naar Polen over te poten. Het in elkaar plakken van de zogenaamde kristal uitvoering (= luxe uitgave) schijnt inmiddels voornamelijk door ex-garnalenpelsters gedaan te worden. ‘Kristal’ zijn van die transparante, flexibele plastic plaatjes waar je je postzegels achter kunt proppen; mooi beschermd en goed te bekijken.
Het Davo assortiment is in inmiddels in vele landen buiten Nederland verkrijgbaar, maar net als in Nederland uitsluitend via de winkeliers, daar wordt niet van afgeweken, hetgeen in deze tijd van graai-kapitalisme en monopolie-gedoe toch een mooi en loyaal gebaar naar de tussenhandel is.

De winkel is voorzien van een etalageruimte met houten schotten die aan de binnenzijde opgedirkt zijn met kaartjes met aanbiedingen, zegels en series. Die schotten geven –indien gesloten- minder inkijk vanaf de straatzijde.

met geopende schotten kun je wel naar binnen kijken met dichte schotten geen inkijk

De etalage-inrichting is waarschijnlijk een beetje de reflexie van de geest van de winkelier zelve, denk ik. “Laissez faire, laissez passé”, als het ware.

Jaap is van mening dat er hoog nodig weer wat aandacht aan de etalage besteed moet worden

Maar juist die etalage heeft alles wat ook die winkel juist spannend, leuk en interessant maakt. De wanden zijn zonder uitzondering van 60-er jaren schrootjes voorzien. De interieurarchitect heeft zich kennelijk destijds niet echt drukgemaakt om kleurverschillen. En waar normaal tl-buizen de sfeer in negatieve zin beïnvloeden, verhogen ze vooral in combinatie met die schrootjes alhier de gezelligheid, believe it or not.

Jaap is waarschijnlijk met zijn interessante gebit een dankbare klant van de smoelsmid, qua coiffure mijn absolute tegenpool, en verklaarde onlangs als erkend lid van de N.V.P.H. aan het clubblad dat hij altijd al postzegelhandelaar wilde worden. En hij vindt het dan ook ‘het mooiste beroep van de wereld’.
Jaap heeft bedankt voor een plaatsje in de ballotage commissie, maar zou nog wel ter zijner tijd een say willen hebben in de cataloguscommissie & zich willen inzetten voor de promotie bij de jeugd voor deze hobby. Berstens vol met de hele wereld
Belangrijk verschil tussen zijn toko en een hoop andere Mohikanen is dat Jaap een heel erg breed ‘filatelistisch scala’ aan de verzamelaar biedt.
Uiteraard is ons Koninkrijk met al z’n gekkigheid uitbundig te koop, maar daarnaast staat de winkel, die een beetje de sfeer draagt van een kruising tussen de winkel van Malle Pietje en een uitdragerij uit de jaren vijftig, barstens vol steekalbums (naar verluidt zo’n 600) met ‘de hele wereld’, en dat is niet te weinig!

Eigenlijk heb je bij Medo eerst het ‘vooronder’, daar waar de klanten binnenkomen door de foutgetraliede (Frans Bauerstijl) voordeur, waarvan het schelletje ook echt en redelijk oorspronkelijk rinkelt bij entree en exit. Rechts boven de deur hangt een foto met waterschade van een schip in de haven van Rotterdam. Her en der hangen nog wat merkwaardig obligate schilderijen en prentjes die niks met postzegels te maken hebben.
Frans Bauer style getraliede voordeur, met daarboven het bordje dat aangeeft dat wij hier met een erkend postzegelhandelaar te maken hebben
 Frans Bauer style getraliede voordeur, met daarboven het bordje dat aangeeft dat wij hier met een erkend postzegelhandelaar te maken hebben

Schip in haven met waterschade + landschapje Schip in haven met waterschade + landschapje

De andere 2/3 zit een beetje verstopt achter een halve wand, waar ‘de handel’ staat, en waar aan een groot bureau een variërend clubje grijsaards op hun tempo Jaap bijstaan als een soort vrijwilligersteam. Zijn grootste hulp is zijn eigen vader (85) (die naast het pand ‘op kamers woont’) en niet anders dan met ‘jij’ of ‘Wim’ wordt aangesproken door zoonlief.
Deze nijvere lieden hebben zo allemaal hun eigen specifieke redenen waarom ze hier zich verdienstelijk maken met het uitzoeken, opruimen of klaarmaken van de zogenaamde ‘nieuwtjes’ voor de vaste klanten. Allemaal zijn het postzegelfreaks met hun eigen afwijkingen en abbreviaties die de sfeer de belangrijkste reden vinden om zich in te zetten. Jaap is dan weliswaar de baas maar die sfeer straalt hij naar hen absoluut niet uit. Bovendien bepalen ze hun eigen werktijden en veelal tempo.
In het vooronder is een toonbank, een soort bar met niet het nieuwste meubilair aan de klantenzijde: een soort barkrukken met blauw kunstleder overtrokken. De staat van dat plastic verraadt dat er heel wat mensen voor mij best veel uurtjes aan de toonbank hebben gezeten. Dat geldt ook voor de vloerbedekking, but nobody gives a fuck.

postzegelbarpostzegelbar postzegelbar 

Op die toonbank, een soort postzegelbar dus eigenlijk, staat een elektrische telmachine met telstrook, houten schoteltjes waarop de gekochte zegels bij elkaar gelegd worden alvorens ze per pincet (die ook heel vaak zoek is) in een zakje verdwijnen.
Voorts is er eigenlijk weinig plek op de toonbank want daar liggen stapels albums, papier, boekjes, dozen en andere ogenschijnlijke rommel.
Dit is Jaap zijn stijl van handelen aan de toonbank.

met barkeeper Jaapmet barkeeper Jaap met barkeeper Jaapmet barkeeper Jaap

Tegen de muurzijde bevindt zich een vrij originele kassa met nog zo’n antieke slinger aan de zijkant die het geheel stijlvol completeert.
Eigenlijk is dit een bruine postzegelwinkel. Wat vooral opvalt is de specifieke sfeer en de gezelligheid. Er zijn dan ook maar weinig winkelende bezoekers die de aangeboden koffie of thee afslaan. En sinds kort kan men door mijn persoonlijke toedoen uit meerdere soorten thee kiezen.
En omdat die toonbank zo’n zootje is, is er altijd wat te bekijken of iets om over te lullen.
Jaap zijn manier van neringdoen doet mij om de een of andere reden denken aan mijn uroloog in Nijmegen, die tientallen patiënten tegelijk op zijn spreekuur nodigde en die van het ene behandelkamertje (een soort legbatterij) naar het andere spoedde, terwijl jij wachtte tot je weer aan de beurt was voor het volgde stukje van het onderzoek of vervolgpraatje. Recentelijk moest mijn dochter naar de orthodontist en die had ook zo’n praktijk met tien of meer docks en die rende ook van de ene naar de andere behandelstoel op en neer. Een en andere netjes te volgen op een zeer to the point centraal computerscherm.
Knap werk van die specialisten dat ze alle patiënten goed uit elkaar konden houden, vond ik.
Jaap werkt dus ook zo, tenzij hij maar 1 patiënt heeft natuurlijk.
Ondanks dat er geen muziek in de winkel te horen is, is Jaap ook nog behoorlijk op de hoogte van de jaren tachtig wave-muziek, die hij in die tijd allemaal in het LVC aan zich voorbij zag trekken. Jaap is stiekem afscheid van zijn vinyl aan het nemen, en dus ook rijp voor zo’n Lenco met USB-aansluiting.

Zijn klandizie is op z’n zachtst gezegd gemêleerd.
Zo kwam ik meerdere keren de ex-wethouder Kombrink tegen, die zijn specialty botvierde door ter plekke bakken en dozen vol door te ploegen op zoek naar ‘plaatfouten’. Plaatfouten (minuscule drukfouten veelal als gevolg van een beschadiging van de platen die men vroeger gebruikte om de zegels mee te drukken) is een echte filatelistische afwijking voor zwaar gevorderden of de postzegelverzamelaar die alles al gehad heeft.
Oke ik geef toe dat het tot op heden niet officieel erkende verzamelen van mailers en geïntegreerde hangzakjes ook ver gaat, maar ik kan die afwijking beter verdedigen dan plaatfouten. Overigens wist Jaap mij onlangs uit zeer betrouwbare N.V.P.H.-kringen te melden dat in de ‘Speciaal Catalogus 2008’ mijn specialisme –waarover overigens al hele wetenschappelijke websites volgeschreven zijn- opgenomen zal worden; eindelijk gerechtigheid!
Maar het geeft ook minder gespecialiseerde verzamelaars, die desalniettemin gewoon een land tot in de finesses completeren, en vervolgens –tot mijn stomme verbazing- hun collectie aan Jaap (terug-)verkopen en gewoon weer met een nieuw land beginnen.
En dan geeft het de zogenaamde motief-of themaspaarders die bijvoorbeeld sporters, schepen of alleen vogeltjes verzamelen, en die gepassioneerd uren over die vogeltjes kunnen ouwehoeren zonder perse kletskoek te etaleren. Vaste zaterdagklant is bijvoorbeeld Wim die inmiddels zijn verzamelde flora & fauna (het grootste motiefobject van postzegelland) alweer van de hand aan het doen is. En voor dat thema had ie al een keer Rusland compleet gemaakt en weer van de hand gedaan. Dat kan natuurlijk ook. Hij hoeft niet zonodig op de foto.
Of Corrie die alleen Britse koloniën verzamelt, of Fred die al na 6 maanden alles wist van Indonesië. Overigens is het verzamelen van Indonesië een geheime tip van Jaap, een emerging market als het ware;maar je kunt het eigenlijk zo gek niet verzinnen, of het wordt gespecialiseerd verzameld.
Maar het geeft ook een NS-conducteur, een eigenaar van een Chinees restaurant, een verzekeringsagent enzovoorts. Jaap schat zo’n 200 vaste klanten.
Vooral de motiefverzamelaars gaan diep.

Jaap beschikt net als die orthodontist en die uroloog over een welhaast fenomenaal geheugen, kent elke vaste klant bij naam, weet precies wat ze verzamelen, wat ze zoeken, hoever ze qua ‘nieuwtjes’ (recente emissies door zijn personeel netjes in zakjes bij elkaar gestoken) bij zijn, en vaak zelfs wat ze ooit gekocht hebben. Hij speurt ook stad en land eigenhandig of middels een netwerk van ‘handlangers’ af naar de omissies van zijn vaste clientèle, en dat blijkt een lucratieve handel te zijn.
Ofschoon regelmatig de catalogus getrokken moet worden, weet hij van bijna alle landen zo waanzinnig veel dat hij bijna elke vraag, naar welke zegel dan ook, zonder veel voorbehoud kan beantwoorden.
En als het gevraagde exemplaar naar zijn idee aanwezig is in de winkel dan begint het pandemonium pas echt interessante vormen aan te nemen. Jaap speurt als een razende Roeland door zijn georganiseerde chaos. De manier waarop die handel is georganiseerd in de winkel komt wellicht voor de toevallige passant over als een puinhoop, en het duurt wel eens tien minuten eer het gewraakte item boven water is, maar hij is nooit iets definitief kwijt.
Ongelooflijk.

De meeste verzamelaars gaan ver met hun hobby, en beschikken over een soort kennis van hun obsessie die het midden houdt tussen visserslatijn en pure wetenschap.
Ofschoon de oudere mannen in de meerderheid zijn, doen de damesverzamelaars volstrekt niet onder voor de heren als het betreft het fanatisme of extremisme.
Zo ver, dat het maar goed is dat twee panden verder zich een pinautomaat bevindt, want anders zou Jaap permanent een bank van lening zijn voor huisvaders die de boodschappenkas te hard plunderen. Opvallend is dat veelal mannen eerst nog even buiten moeten pinnen en dat de dames vooral er binnen lustig op los pinnen.

dames pinnen binnen, heren trekken cash buiten uit de muur dames pinnen binnen, heren trekken cash buiten uit de muur

Intussen wordt er ook veel gepraat in de winkel, er is veel gezellige interactie waarbij geen onderwerp geschuwd wordt.
Soms geeft het klanten die na vijf minuten wachten vertrekken met de mededeling “Jaap, ik kom wel weer terug als het wat rustiger is”. Laatst nog een klant die het bij het zien van twee vaste klanten al opgaf.
Maar terugkomen doen ze allemaal kennelijk, op de gekste tijden, weer of geen weer.
Zelf vind ik regenachtig weer het mooiste om te gaan winkelen bij FA. MEDO.
De winkel heeft dan iets aandoenlijks en ziet er dan nog fraaier uit.
‘Postzegelen thuis’ is trouwens ook mooier met kutweer buiten.

Om steevast kwart voor vijf moet de winkel dicht zijn, want hij moet op tijd de trein naar huis halen. De schotten gaan weer voor de etalage, het alarm er op, en Jaap beent naar de tram die hem naar het Centraal Station Rotterdam zal brengen.

Op 14 juni 2007 stuurde Jaap me de volgende reactie:

Hallo Willem,

Hartstikke leuk verhaal.
Je schrijft erg leuk en het verhaal wordt geen enkele keer saai of als “voer voor techneuten”. Ik herken mij volledig in de door jou geschetste postzegelwinkel en voor Lucia zijn je typeringen  bijzonder herkenbaar, net als ik moest zij er erg om lachen. Aanmerkingen heb ik niet.

Misschien is het wel leuk om bij het DDR-verhaal te vermelden dat zij de uitvinders zijn van de zgn. “Sperwaarden”. Wanneer er een serie postzegels uitkwam was er altijd één waarde van die serie die niet zomaar verkrijgbaar was. Je moest lid zijn van een postzegelvereniging, en dit lidmaatschap gaf je recht op ik geloof maximaal 2 complete series. Het ging dus bij de series van de DDR altijd om de sperwaarde uit de serie, de rest van de zegels waren dubbeltjeszegels. Zoals jij al schrijft was dit een manier voor het verkrijgen van westerse valuta. De goedkope waarden werden gebruikt voor het maken van samenstellingen/paketten (bijv. 800 versch. DDR). En de sperwaarden werden gevoegd bij het “verzegelde kilowaar” wat door de staat aan de buitenlandse postzegelwinkels werd verkocht.

Ik heb vroeger zelf ook wel eens zo’n kilo gekocht, waar je dan bij wijze van spreken uit de 4000 zegels die in een kilo gaan slechts ongeveer 60 verschillende zegels vond, dus aan de kilo zelf had je helemaal niets. Maar die kilo was alleen interessant omdat er een bijlage bijzat bestaande uit complete series en losse sperwaarden, die vanwege hun schaarste zeer gewild waren. De sperwaarden waren dus en echte Oostduitse uitvinding!

Met groet,

Jaap